Smile Jamaica

17 februari 2020. We zeilen in het donker langs de zuidkust van Jamaica. Boven ons twinkelen duizenden sterren. Aan stuurboord zien we honderden lichtjes vanaf de bergen tot aan het water. Aan bakboord zeilt ‘Cat Tales’, de catamaran van Taylor. Hij gaat naar Guatamala, wij naar Cuba. Zijn lichtje verdwijnt al snel uit het zicht. We zijn weer met zijn drietjes op zee, op naar het volgende land.

25 december 2019. Kerst in de Jumentos, een eilandengroep in de Bahama’s. Van alle (meer dan 40) eilandjes is er maar één bewoond (door ongeveer 15 mensen). De eilandjes zijn omringd door water van vaak nog maar net twee meter diep, waardoor er nauwelijks andere zeilboten zijn. Wij steken maar 1.65 meter diep en kunnen op de mooiste plekjes helemaal alleen liggen.

We nemen Djogo mee aan land, waar hij gezellig achter ons aan wandelt.

Pas bij een eiland in het zuidelijkste deel van de Jumentos komen we andere zeilers tegen. Zij komen uit Schotland en Zuid-Afrika. Iedere middag drinken we een borrel in het speciaal voor en door zeilers gebouwde hutje op het strand.

Er scharrelen allemaal heremietkreeften rond. Ze vinden het kattenvoer dat we voor Djogo meenemen heel erg lekker.
Heremietkreeften laten zulke mooie sporen achter!

We spreken af om 31 december samen naar Double Breasted Cay te gaan. Wij denken aan een mooi Oudjaar op het strand met zijn zessen. De anderen denken er anders over en gaan, net als op de andere dagen, voor zonsondergang naar hun eigen boot. Een beetje beteuterd blijven we achter. We denken aan Oudjaar in Suriname, wat een enorm feest was. Het feest vorig jaar op Brier Island liep een beetje uit de hand en was zeker ook onvergetelijk. Als de muggen ons ongenadig in de enkels bijten, begrijpen we waarom de anderen van het strand vertrokken en we tillen snel de bijboot in het water. Rond 21.30 uur zien we geen licht meer op de andere boten. Wij heffen het glas, proosten op 2020 en gaan lekker slapen. Je zou kunnen zeggen dat het een beetje een saai oud&nieuw is, maar hé, we zijn in de Bahama’s, we worden wakker met een fantastisch uitzicht en we hebben geen kater! Ik vind het een prima start van het nieuwe jaar.
Een paar dagen later halen we het anker op en zetten koers naar Jamaica. Mijn broer en zijn vriendin komen daar 15 januari aan en we willen er op tijd zijn. Het is 344 mijl varen. Voor we het weten zijn we al voorbij Cuba en krijgen we een flinke stroom mee. Vanaf de volgende dag zou de wind weg zijn. We zetten alle zeilen bij en stormen op Jamaica af. Comfortabel is het niet, maar snel gaan we wel!

Sorry voor het smerige plaatje. Djogo is bijna elke tocht zeeziek en hij heeft nog niet geleerd om over de reling te hangen. Als het ook nog regent, ziet de kuip er dus zo uit. Je ziet, het is niet allemaal even idyllisch…

In de ochtend houdt de wind ermee op. De motor mag een keertje op volle toeren draaien en zo komen we na twee nachtjes al in Port Antonio aan.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 7-1024x768.jpg
Het is heerlijk rustig op zee. Zodra Hans de hengel vastpakt, knuffelt Djogo hem helemaal plat. Altijd weer, ondanks dat Hans vrijwel nooit iets vangt.
Aan de steiger van de Errol Flynn Marina in Jamaica.

De eerste indruk van Jamaica is precies het tegenovergestelde van de Bahama’s. Wat een lawaai! Wat veel mensen die allemaal iets van ons willen! Overal worden we aangesproken en bestookt met dingetjes die we moeten kopen. Cd’s, kettingen, kleding, houten prullaria, armbandjes en meer. Voor we het weten ligt de boot vol met van alles wat we niet nodig hebben, maar we hebben vrienden gemaakt en worden vanaf nu met rust gelaten.

Behalve veel onzin kopen we fruit. Veel fruit. Zó lekker!!!

Sanne en Rik komen een dag na ons aan in Port Antonio. We hebben nog een week voor onze logés komen en maken samen plannen voor een tocht door het binnenland. Tot onze teleurstelling mag Djogo in Jamaica absoluut niet van boord (dat is een uitdaging als je in een haven ligt).

Die verlangende blik…

Juist als we bedenken dat het tochtje niet kan doorgaan, ziet een superaardige Britse zeilster Djogo en ze is meteen hoteldebotel verliefd op hem. We geven haar de sleutel van onze boot en gaan op pad. De superaardige havenmeester George adviseert Rik nog even over autorijden in Jamaica: “You know, drive left and blow your horn every minute.”, en de marinepolitie (ook superaardig) vertelt nog snel waar we onderweg moeten eten.

Ons reisgezelschap!

We rijden langs de kust naar het oosten. Langs de Blue Lagoon (ja, van die film) waar boven aan de weg al iemand klaar staat om ons rond te leiden. Langs Boston Jerk voor de beste jerk van Jamaica (volgens de marinepolitie). Wat jerk is? Een kruidenmengsel. Ze duiden er een gerecht van de barbecue mee aan. Jerk kip of jerk varken zie je overal. Op verzoek willen mensen ook je kreeft jerken. Jerk rund bestaat dan weer niet, want rund is voor de hamburger.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 9c-1024x768.jpg

We rijden al toeterend verder tot we bij de Reach Falls zijn. Langs de weg staat Kaisley klaar om in te stappen. Dat hebben we niet zo geregeld, maar in Jamaica staan overal mensen op straat die je gids willen zijn. Kaisley legt uit dat er twee manieren zijn om de Reach Falls te bekijken. Je kunt naar de hoofdingang en 2000 dollar (ongeveer 14 euro) per persoon betalen. Dan ga je via trappen naar de waterval en kun je onder de waterval zwemmen. Je kunt ook met een lokale gids (met hem bijvoorbeeld) via het bos naar de waterval. Dat kost 1000 dollar per persoon. We hadden al gelezen dat het veel leuker is om met een lokale gids te gaan. Kaisley, een relaxte jonge man met een flinke joint in zijn mond, gaat ons voor en leidt ons door een waanzinnig mooie rivier naar de waterval. We lopen, klimmen, zwemmen, duiken en springen door de rivier en over de rotsen. Kaisley draagt onze rugzak en wijst ons steeds waar het glad is en waar we van de rotsen in het water kunnen springen.

We hebben tijdens onze reis prachtige watervallen gezien, maar zo’n mooie tocht naar een waterval toe hebben we nog niet gemaakt. We mogen niet helemaal tot aan de waterval met onze lokale gids. Er hangt een touwtje over het water en daar staat beveiliging bij. We zien heel veel toeristen bij het officiële deel lopen en zijn blij met onze keus. We zijn nog maar net in Jamaica en beleven nu al een hoogtepunt!

Na wat zoeken bereiken we ons logeeradres. Hans heeft een huisje op het erf van een rastafari geboekt om wat Jamaicaanse cultuur te snuiven. Mokko komt ons tegemoet en knuffelt ons. Helaas verstaan we bijna niets van wat hij zegt. Deze lieve man is de vaagste man die we ooit hebben ontmoet.

Het huisje waarin we slapen is gebouwd van multiplex, zoals veel huizen in Jamaica. De wc staat achter het huisje. Stromend water is er als het regent. Er staan flessen water naast de wc om te kunnen doortrekken als het niet regent. Mokko en zijn familieleden hebben ieder hun eigen éénkamerhuisje op het terrein.

Links de woon- en slaapkamer van Mokko, in het midden onze kamers, rechts nog een gastenkamer en de eetkamer voor als het regent.
Onze kamer. Jawel, met mijn lievelingskleuren roze en geel en dan ook nog bloemetjes!

Het communiceren verloopt zo vaag dat we elkaar wat vertwijfeld aankijken en niet zo goed weten wat te doen. Dan schuift Mokko zijn kleinzoon Brian (Ratty) naar voren. Ratty neemt ons mee naar de rivier waar hij ons enthousiast aan het werk zet. Met zijn zes jaar is het een heel baasje en zo sjouwen wij op zijn aanwijzingen stenen rond om een zwembad in de rivier te maken. De omgeving is prachtig en Ratty is een heerlijk ventje.

Spelletjes met Sanne en Ratty.

Mokko is bekend van Ras Kitchen TV. Hij kan ontzettend lekker koken. Rasta’s eten Ital food (vegetarisch). Het eten komt bijna allemaal vers uit de tuin van Mokko. We eten voor ons onbekend voedsel zoals broodfruit en ackee en we drinken chocoladethee.

Broodfruit stoof je eerst gaar op een vuurtje. Je kunt het dan meteen eten, maar het is lekkerder als je het opbakt in wat olie. Mmmmmm!
Ackee is giftig als het niet rijp is. Op de juiste manier bereid lijkt het een beetje op roereieren.

We willen de volgende dag graag wandelen in de bergen. Mokko moet naar een begrafenis en vraagt of wij hem willen brengen voordat we gaan wandelen. Als echte Hollanders zijn wij ‘s morgens mooi op tijd wakker om alles uit deze dag te halen. Maar we zijn in Jamaica. Mokko gaat op zijn gemak het ontbijt maken. Een uurtje later eten wij een bordje gestoofde groente. Daarna kleedt Mokko zich mooi aan voor de begrafenis. Dat zijn feestjes bij de rastafari’s en Mokko kleedt zich dan ook prachtig aan.

Het is tegen 12 uur als hij klaar is. We stappen in de auto om Mokko af te zetten en willen daarna aan onze wandeling beginnen. Mokko blijkt niet echt te weten waar de begrafenis is. We rijden het dorp op en neer. Dan zegt hij tegen Rik dat we een steile weg (met veel gaten in het wegdek) omhoog in moeten slaan. Onze auto pruttelt tegen. Na lang ploeteren en veel stress begeeft uiteindelijk de auto het. In Jamaica sta je er nooit alleen voor. Een groep mannen loopt op ons af en met zijn allen kijken we onder de motorkap.

De motor is duidelijk oververhit. We rollen de auto naar de kant van de weg en gaan te voet verder. Mokko denkt nu te weten waar de begrafenis is en wij kunnen gaan wandelen. Met zijn vieren proberen we het leven van Mokko te doorgronden, maar dat lukt ons niet. Na de wandeling halen we Mokko weer op, de auto start gewoon en naar beneden rijden is gelukkig makkelijker dan omhoog. Coopi gooit er thuis een hele liter motorolie in, waar Hans met verbazing naar kijkt en Sanne en Rik later vol afgrijzen op reageren (ik heb geen idee hoeveel normaal is dus ik heb daar geen gevoelens bij…). Maar, no worries, de auto doet het nog steeds.
Enigszins opgelucht verlaten we de rastafari na twee nachtjes. We houden wel van bijzondere ervaringen, maar dit was net een slagje te vaag. We gaan nog even langs de Reggae Falls. We parkeren de auto. Er staat een man met zijn kommetje ontbijtsoep in de hand in de buurt en hij wil ons wel naar de waterval brengen. Wij halen de portemonnee al tevoorschijn omdat iedereen in Jamaica nu eenmaal geld van ons wil. Maar niet deze jongen. Hij loopt al soep etend met ons mee, babbelt gezellig, wast zijn kommetje af in de rivier terwijl wij onder de waterval staan en brengt ons dan weer terug. Alles gebeurt hier in de rivier: afwassen, de was, badderen, de auto wassen en spelen.

De tocht naar huis is prachtig. Het bos is groener dan groen en de zee is blauwer dan blauw. De huizen zijn kleurrijk en het eten is verrukkelijk. Qua muziek is het niet allemaal reggae. Je denkt bij Jamaica meteen aan Bob Marley, maar Jamaicanen houden vooral van zoetsappig – Whitney Houston, Richard Marx, Glenn Madeiros, heeeeeerlijk!!! We hebben het supergezellig met zijn vieren en het wordt nog gezelliger als Johan en Willemijn, mijn broer en zijn vriendin, aankomen.

Ze zijn op Tenerife ook langs geweest en vanwege harde wind konden we toen niet met ze zeilen. Nu zeilen we naar Bowden Harbor, in het zuidoosten van Jamaica, waar Sanne en Rik ook weer zijn. Het is een mooi tochtje met wat onverwachte hobbels waardoor iedereen goed door elkaar, en soms door de boot, geschud wordt.

Bowden Harbor
Vertrouwde buurtjes!

Bowden Harbor is een baai met een station van de marinepolitie aan de ene kant en een klein dorpje aan de andere kant. Er loopt een weggetje naar de grote weg waar bussen en routetaxi’s stoppen. Vanuit deze baai doen we alle zes waar we zin in hebben en dat is heerlijk. Niets moet, alles kan en dat doe je dan met diegene(n) die daar ook zin in hebben. Alleen zwemmen is een beetje spannend. De marinepolitie waarschuwt voor krokodillen en na een paar dagen dapper plonzen gaan die waarschuwingen toch werken. Jammer, want het is heerlijk weer en het water ziet er zó uitnodigend uit!
Dan is het weer tijd voor afscheid. We nemen met Johan en Willemijn een minibus naar Morant Bay, waar ze een taxi naar het vliegveld pakken. Die minibusjes zijn precies zo als op de andere Caribische eilanden: er is plek voor 14 mensen, maar er passen er gerust 22 in. Ik heb geluk en heb een schoolkind naast me zitten, dat prompt tegen mijn borst in slaap valt. Gezellig 🙂 . Het is, net als na het bezoek van Fons en Pee, ineens weer leeg op de boot. Als de volgende dag ook Sanne en Rik vertrekken (naar Panama), zijn we helemaal alleen.

Uiteraard hebben we bonte avond voor we uit elkaar gaan….

Bij het eerste weergaatje vertrekken we naar Kingston, waar we ons in de drukte van de stad storten. Het zou Heel Erg Gevaarlijk zijn in Kingston, maar we merken daar niets van. Na museumbezoek, grote boodschappen (in Cuba is niet alles te koop) en vooral een lange zoektocht naar kattenbakvulling (dat is echt een luxeproduct en we vinden het uiteindelijk in een dierenwinkel voor 4000 dollar, bijna 30 euro) willen we verder naar het oosten zeilen. We hijsen het anker. Of niet. Het lukt niet! Na een uur kunnen we wel een stukje varen, maar dat gaat heel langzaam en het anker komt niet omhoog. Er hangt iets aan – maar wat? We overleggen met elkaar wat te doen als Taylor er in zijn bijbootje aan komt. Hij vertelt meteen doortastend wat hij gaat doen. Met zijn snorkel springt hij in het water, duikt even onder, en vertelt dan het opwekkende nieuws dat er een anker van een paar honderd kilo aan ons eigen anker hangt. Taylor vindt het wel een mooie uitdaging en gaat snel zijn duikuitrusting halen. We zijn zó blij als hij dat enorme anker los krijgt! We spreken af dat hij dezelfde kant op gaat als wij en dat we elkaar in Black River weer zullen zien.

Tussen Kingston en Black River maken we een tussenstop bij het Alligator Reef. We hebben nog nooit een nacht achter een rif doorgebracht. Het is verbazingwekkend hoe rustig we liggen als je kijkt naar de golven die tegen het rif aan slaan!

16 februari 2020. We zijn in Black River samen met Taylor. We nemen hem mee naar de YS watervallen (een soort attractiepark) om hem te bedanken voor zijn hulp met ons anker. We komen er met een taxi, die ons nieuwste havenvriendje voor ons heeft geregeld en deze gaat zelf ook mee. We kijken er nauwelijks meer van op. Opdringerigheid is hier zo normaal. En ik begrijp dat ze alles proberen om wat te verdienen. De armoede is groot in Jamaica. Maar oh, wat een mooi land is het! De YS watervallen zijn fantastisch en Taylor is goed gezelschap. Het is een prachtige laatste dag in Jamaica!

Met dank aan Sanne en Rik, voor de gezelligheid en voor veel foto’s en videomateriaal!

4 thoughts on “Smile Jamaica

  1. Wat weer ontzettend leuk om te lezen en te zien wat jullie zoal meemaken. We hebben er van genoten. Dikke knuffel voor jullie??? en een aaitje voor Djogo.?

  2. Mooi geschreven we hebben er weer van genoten, toevallig zagen we een grote reportage over dit gebied op “Love Nature” . Jammer dat het Coronavirus nu jullie verdere plannen dwarsboomd.

  3. Ook ik heb weer genoten van jullie avonturen.
    Hopelijk qua gezondheid nog alles goed en kunnen jullie je zeilschema een beetje blijven aanhouden in deze rare tijd.
    Lieve groetjes van mij maar ook van naamgenoot Hans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.