Sint Vincent, deel 3.

“Where do you come from?”, vraagt de jongen naast me in de bus. Hij kijkt vragend als ik zeg dat we uit Holland komen. “Amsterdam”, verduidelijk ik. Onze hoofdstad is nu eenmaal bekender dan ons land. “Aahaaa”, zegt hij. “Marihuana! You see my eyes? Marihuana.”, en hij knikt blij naar me met zijn bloeddoorlopen ogen. Ik heb eerder al geschreven dat marihuana een belangrijke rol in de economie speelt. En er wordt veel geblowd. Lekker relaxt, beetje hangen en blowen, glaasje rum erbij. De jongen is zo relaxt dat hij nog geen tien minuten later op mijn schouder in slaap is gevallen 🙂 .

Hoewel we het heel erg naar ons zin hebben op Sint Vincent, gaan we er na vijf dagen toch weer vandoor. Het orkaanseizoen begint in juni en voor die tijd willen we nog naar Martinique, Dominica, misschien Guadeloupe en als laatste eiland Sint Maarten. Van daaruit zullen we via Bermuda de oversteek naar Canada maken. We moeten dus uitklaren en dit kan onder andere in Kingstown, de hoofdstad van Sint Vincent. Vanaf onze baai lopen we naar de weg. Deze loopt van noord naar zuid langs de zee. We zijn met Kali naar het noorden geweest. Kingstown ligt in het zuiden. Ik vraag aan twee jongetjes waar een bushalte is, maar zij kijken me zo verbaasd aan, dat het vermoedelijk een domme vraag was. Dan maar wachten onder een mangoboom. Na een half uur stopt een auto voor ons. Het blijkt een taxi die kinderen in uniform naar de middelbare school van Troumaca brengt. Dat is in het noorden, maar daarna gaat hij naar Kingstown dus we kunnen instappen. Eenmaal in Kingstown verontschuldigt hij zich voor de prijs (die wisten we hoor) en hij wijst ons de busjes aan die we op de terugweg kunnen nemen. We vragen hem de weg naar Customs voor het uitklaren en we mogen meteen weer instappen, want hij brengt ons wel even. Fijn! We stonden voor de deur toen we ons realiseerden dat we weer eens waren vergeten om een lange broek en schoenen aan te doen. Het was hier bij Customs en Immigration gelukkig geen probleem, maar slordig was het wel.

Kingstown is een beetje een rommelige stad. Een klein stadje maar eigenlijk. Veel winkels, maar vooral veel kraampjes op straat. Je kunt het zo gek niet bedenken of iemand heeft het in zijn kraampje liggen. Uiteraard veel souvenirs, fruit, groente en slippers, maar ook een rol wc papier of een pakje maandverband. Dit ligt ook gewoon in de winkels dus ik vraag me af wat het oplevert om aan de straatkant te zitten met wc papier. Het ziet er wel gezellig uit hoor. Hans koopt slippers en ik een zonnebril en dan slaan we een beetje door met groente en fruit inkopen. Met tassen vol watermeloen, mango’s, een ananas, een zak uien en een zak aardappels sjouwen we naar het busstation. We moeten een paar keer vragen naar de bus richting Cumberland Bay, want die zien we nergens. Het blijkt dat er twee busstations zijn. Wij staan op het station met bussen die langs de windward side van het eiland rijden en we moeten aan de leeward side zijn. Gelukkig is iedereen weer heel behulpzaam en zo worden we tot de deur van de juiste bus gebracht. Het is een klein busje met voorin de chauffeur en twee passagiersstoelen. Daarachter drie rijen met een soort anderhalfzitsbankje en een klein stoeltje. Wij denken dat de bus vol is, maar dat zien we verkeerd. We kunnen er makkelijk bij. Naast het kleine stoeltje, in het ‘gangpaadje’ (ja, ik kan niet anders dan in verkleinwoordjes spreken) blijkt nog een zitkussentje te passen. Hans mag op die manier op de achterste bank kruipen en ik op de bank daarvoor. En denk vooral aan de grote volle zakken die we bij ons hebben. De kussentjes hebben geen rugleuning maar de knieën van Hans en de zak aardappels bieden voldoende steun. Naast me zit de vriendelijke jongen met rode ogen en aan de andere kant twee stille, stevige mensen. De jongen is gelukkig heel dun want anders was het wel heel erg knus geworden – nou ja, dat was het al, vooral toen hij tegen me aan in slaap viel. Het duurt even tot ik de juiste houding gevonden heb. Schouder aan schouder past het niet, dus ik wring mezelf een stukje naar voren. De jongen biedt me zijn plaats aan, maar dat hoeft niet. Nu zullen we toch wel snel gaan, denk ik. In de bus waarin naar mijn idee twaalf mensen kunnen zitten, tel ik er inmiddels veertien. Maar nee, dat denk ik echt verkeerd. Er stapt nog iemand in, dat is nummer vijftien, en dan moet de man die het geld incasseert nog mee. Een zitplaats is er niet meer dus hij staat voorovergebogen tussen de voorstoel en de rij erachter. Voor me zie ik een breedgeschouderde man zoeken naar een beetje een comfortabele houding, maar dat lukt niet. Maar we gaan! En dan kun je hopen dat er na tien minuten iemand uitstapt, maar dat gebeurt pas na veertig minuten. Dat is natuurlijk degene die rechtsachter in de bus zit (de deur zit linksvoor). Dus: de man met het geld stapt uit. De twee mannen op de eerste rij stappen uit. Kussentje weg, doorgang naar de tweede rij vrij. Ik stap uit met mijn ananas en meloen. Mijn kussentje weg, doorgang naar de derde rij vrij. De man wringt zich langs Hans, die mijn andere tas heeft overgenomen en zelf ook nog twee tassen heeft. Hans schuift door en ik kan op zijn plek zitten. Dat is niet meer ruimte maar wel een rugleuning, joepie 🙂 . Iedereen kan nu zitten. We rijden een stuk verder en dan herkennen we onze baai. Oh jee, wij zijn de volgende uitstappers… natuurlijk vanaf de achterste bank… Maar dit hele avontuur heeft ons maar tien ECD (samen) gekost en dat is toch veel lol voor drie eurootjes!

En zo komen we aan bij de laatste dag op Sint Vincent. We doen de gebruikelijke karweitjes om Linde klaar te maken voor vertrek. Ik heb nog iets lekkers gebakken om uit te delen aan de kinderen, maar vandaag komen ze helaas niet langs. Ach, dat maakt het afscheid wel makkelijker. Op 12 april rond 15.00 uur halen we het anker op en zwaaien Sint Vincent uit. Een prachtig land met vriendelijke mensen en het eerste land waar we met zoveel kinderen contact hebben. Sint Vincent en de Grenadines, het land met 32 eilanden, heeft een enorme indruk op ons gemaakt. Het hoogtepunt blijft het zwemmen met de schildpadden tussen de Tobago Cays, maar ieder eiland heeft haar eigen charme en het grootste eiland was voor ons echt een verrassing. En nu op naar Martinique; Frankrijk in de Carieb, stedelijk gebied, winkelcentra. Ik ben benieuwd hoe we dat na al die Caribische schattigheid zullen ervaren!

(We zijn inmiddels op Dominica en we hebben geen goede internetverbinding. Foto’s uploaden lukt niet, vandaar dat het alleen maar tekst is. We hebben in Kingstown allebei ook geen foto’s gemaakt dus dat komt goed uit.)

 

5 thoughts on “Sint Vincent, deel 3.

  1. Weer met zoveel liefde gelezen..jeehh zeg wat maken jullie veel mee!Ik had weer bijna mijn aardappels laten verbranden,als ik lees vergeet ik alles.Maar enorm genoten weer.Heel veel liefs en ik kijk uit naar je volgende verhaal.liefs van ons xxx

  2. Wat een leesplezier weer. Voor later alles bundelen hoor. Het blijft leuk. Hopenlijk is jullie Franse taal beter dan die van mij😉

  3. Hallo Carla, van je moeder gehoord van jou avontuur. Geweldig wat jullie meemaken en wat nog belangrijker is je ziet er heel gelukkig uit.
    Nog heel plezierige reis gewenst, hartelijke groeten, Wil de Breij

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.