Saai

“Wat is het saai zeg, die Intra Coastal Waterway… ik kan niet wachten om de zee weer op te gaan.” Hans is somber vanwege het motoren door de smalle vaargeul van de ICW. Het is 180 mijl van Norfolk, Virginia tot Beaufort, North Carolina. We kiezen de ICW omdat het rond Cape Hatteras op de oceaan nogal onstuimig kan zijn. Tot nu toe hebben we heel erg onstuimig weer weten te vermijden en dat houden we graag zo.

Hans baalt aan een stuk door maar ik vind het eigenlijk wel lekker, beetje op de motor door riviertjes en kanaaltjes cruisen. Het is heerlijk rustig in de boot. Normaal zit ik in de kuip en ga alleen naar beneden als het echt nodig is; nu doe ik alle klusjes onderweg. Dankzij de watermaker die Hans in Annapolis heeft geïnstalleerd, kan ik onbeperkt handwasjes doen. Langsvarende motorjachten maken foto’s van onze wapperende onderbroeken. In Amerika is het in sommige staten verboden om de was buiten te hangen. Je buren zouden aanstoot kunnen nemen aan je schone slip. Wat is het toch een gek land!

Maar in dit gekke land hebben we het wel heel gezellig. In de buurt van Norfolk woont de verloofde van Anne, die we de vorige zomer in Halifax leerden kennen (samen met haar ouders, broers en zussen). Hij komt eten met zijn zoon Rylee en neemt een pompoen mee met snijsetje zodat we op gepaste wijze Halloween kunnen vieren de volgende dag.

Hans heeft een kat uitgesneden! Wauw!

We hebben een verhelderend gesprek met Rylee, die ons antwoord kan geven op een nijpende vraag over de horeca in Amerika. Eindelijk begrijpen we waarom bij elk restaurant staat: “Please wait to be seated”, in plaats van dat je zelf een plekje zoekt. Rylee is een ‘host’ (gastheer). Hij is te jong om in de bediening te werken. Bij hem meld je je dus en hij wijst dan waar je kunt gaan zitten. Als host krijg je een normaal (minimum) salaris. De bediening echter krijgt maar 2,50 dollar per uur en is verder afhankelijk van fooi. Elke serveerster heeft een aantal vaste tafels. Om te zorgen dat iedere serveerster evenveel kans op een goed loon maakt, worden de gasten eerlijk verdeeld over de tafels. Aha!

Wat je niet ziet, is dat de mannen met hun voeten in het water staan. De steiger in Norfolk loopt onder bij hoog water… heel bijzonder! Picture made by Chris.

Chris en Rylee nemen afscheid en de volgende morgen hebben we nieuwe gasten. Robert en Anneke uit Orillia, bij wie we afgelopen maart een weekje logeerden, zijn op weg naar Florida en maken een tussenstop in Norfolk. We bezoeken een museum, gaan een stukje zeilen, doen veel spelletjes en Djogo knuffelt ons bezoek helemaal plat. Zo schuw als hij vorig jaar nog was, zo blij is hij nu met vreemde mensen aan boord – meer aandacht en vooral meer knuffels.

Robert en Anneke op de SS Wisconsin (museumschip).
Een potje Wahoo op het bord dat we van opa (Brier Island) gekregen hebben.
Robert is ook een zeiler en geniet enorm.
Van Anneke hoeft het zeilen niet zo. Djogo begrijpt dat en ze hebben steun aan elkaar.
Ik weet niet wie hier het meest geniet… ze kijken allebei zo blij!

De laatste avond van ons Nederlands – Canadese bezoek liggen we weer aan de publieke steiger van Norfolk. Aan dezelfde steiger liggen tot verrassing van Robert en Anneke nog twee Nederlandse boten. Grappig hoe we hier een echt Nederlands hoekje hebben, waar zelfs – dankzij de kookkunsten van Sanne en Rik – bitterballen geserveerd worden!

Het Hollandse Hoekje

Samen met de Incentive en de Sea Ya vertrekken we 1 november richting Beaufort. Het is superleuk om een stukje met elkaar op te varen en samen door sluizen en bruggen te gaan. Als doorgewinterde van-het-plan-afwijkers willen wij ons niet teveel vastleggen en we raken de anderen af en toe kwijt, om elkaar ergens in een dorpje of op de ICW weer terug te vinden. (Dat we een beetje langzamer zijn dan de anderen speelt ook een rol. Wij varen met 1700 toeren omdat we hiermee de meeste mijlen uit een liter diesel halen.)

We vertrekken als eerste. Links achter ons de Incentive, rechts de Sea Ya.
Het duurt niet lang voor ze ons allebei inhalen.
Rik en Sanne winnen en mogen als eerste onder de brug door.
Dus ze liggen ook voorop in de sluis. Sea Ya en Linde liggen achter de Incentive.
Het is lang geleden dat we in een sluis lagen. Zenuwen waren niet nodig want alle palen zijn van rubber. Dus ik heb voor het eerst zelf aangelegd 🙂 .
Great Bridge is een dorpje waar we tot de ochtend wachten op het openen van, jawel, de grote brug. Sanne en Rik zijn er al en Rudy en zijn opstapper komen er ook bij. Als je goed kijkt, zie je Djogo onder de tafel zitten. Hij gaat niet vaak van boord en vond het enorm spannend.
We worden 2 november wakker van het motorjacht achter ons dat wacht op de opening van de brug om 7 uur. Nu we toch wakker zijn, maken we ons klaar om door de brugopening te kunnen gaan om 8 uur. Incentive en Sea Ya volgen om 9 uur.
Wat is het mooi, zo met die opkomende zon en de koude nevel boven het water!
Nog een plaatje dan. Misschien is het saai om hier te varen Hans, maar ik vind het prachtig…
Het is ook weer zo gezellig met Djogo onder mijn vest! Het is koud, maar knus!
We zijn op de North River. Uiteraard worden we weer ingehaald. Kijk ‘m relaxed staan, die Rudy.
Djogo is ook heel relaxed. Als íemand hier van sáái houdt, is hij het wel!
We zijn de volgende brug gepasseerd en varen nu op Alligator River. Vol verwachting kijken we om ons heen. We hebben geen alligator gezien 🙂 . Vlak voor donker gooien we het anker naast de vaargeul. Op de plotter zien we dat onze vrienden een stukje verderop liggen.
We vertrekken 4 november heel vroeg en varen na een uurtje langs de andere twee Hollandse boten. Er is nog geen leven aan boord daar. Mooi, dan kunnen wij alvast wat mijlen maken!
In Belhaven liggen we op 5 november aan een free dock. Het is fijn om zo aan land te kunnen stappen, maar ankeren is makkelijker! Lijnen werpen is niet mijn sterkste kant. Achteruit inparkeren ook niet. Rustig blijven ook niet. Dus dit soort momenten zijn altijd heeeeel gezellig . Anyway. Wat een fijn stadje! We krijgen de ene lift na de andere en zelfs een extra rondrit door het centrum. Jammer dat we haast hebben, we blijven maar één nacht.

In het dorpje Oriental liggen we van 6-8 november aan een free dock midden in het dorp, waar de hele dag door allemaal leuke mensen langs lopen. Tussen alle babbeltjes door maken we ons zover mogelijk klaar voor vertrek naar de Bahama’s. We nemen hier ook voorlopig afscheid van Sanne en Rik. Zij gaan later dan wij naar de Bahama’s en ook naar andere eilanden. Het is gek dat je niet weet of en waar je elkaar weer ziet… We bespreken onder de borrel (nog ééntje dan) de mogelijkheid om samen door het Panamakanaal te gaan in februari. We durven het niet te beloven. Plannen maken is leuk, plannen wijzigen is nog leuker.

Een vertrouwd beeld, Sanne bij ons in de kuip met een biertje in de hand. Het is overigens nooit saai met de Incentive in de buurt! Feestjes bouwen kunnen ze, die Limburgers!

Dan is het zaterdag 9 november. Na talloze weeranalyses hebben we besloten dat vandaag de dag is om vanuit Morehead City koers te zetten naar de Bahama’s. Voor de eerste paar dagen is er weinig wind voorspeld. Dat lijkt ons wel fijn voor het oversteken van de golfstroom. De golfstroom is een soort ‘snelstromende rivier’ in de oceaan. Hij stroomt van zuid naar noord. Als de wind uit het noorden komt, dus tegen de stroom in, geeft dat heel nare, steile, korte golven. Harde wind is zelfs gevaarlijk. Wij krijgen een zacht windje uit het zuiden dus we maken ons geen zorgen. Vanaf woensdag wordt harde wind voorspeld, maar dan zijn we volgens onze berekening al een heel eind richting San Salvador, een van de Bahamese eilanden – en met harde wind vanuit het noorden zijn we er vervolgens lekker snel!

Wat is het toch fijn dat we altijd optimistisch en vol enthousiasme vertrekken!

Het duurt niet lang of Djogo en ik worden misselijk van de onverwacht rottige golfjes langs de kust.

Na een dag beginnen we aan het oversteken van de golfstroom. We moeten naar het zuiden, maar we steken de golfstroom dwars (richting oosten) over om er zo snel mogelijk doorheen te zijn. Tegen de stroom in schiet niet zo op. Toen we in juni 2018 van Bermuda naar Nova Scotia zeilden, verbaasde het me enorm dat we de ene dag nog in onderbroek zaten en de volgende dag drie truien en een jas nodig hadden om warm te blijven. Dit keer gaat het precies andersom; we vertrekken warm aangekleed om na twee dagen bezweet de laagjes van ons lijf te rukken. Het is weer onderbroekenweer! Jippie! Nog steeds motorzeilend vanwege te weinig wind, verleggen we onze koers naar het zuiden. Hmm, dat gaat niet zo hard, kennelijk zitten we nog in de golfstroom. Dan maar weer een eindje naar het oosten. Na drie dagen en 338 mijl zijn we er eindelijk doorheen en gaan we de juiste richting op. We zijn wat later dan verwacht. Hans haalt via de SSB de weersverwachting op. Vannacht om 04.00 uur zal de wind naar het noorden draaien en aantrekken tot 30 knopen. Dat is best flink dus ik neem de wacht tot 04.00 uur en draag het daarna graag over aan Hans.

Uit het logboek:
13-11 * 09.20 uur * 4×24 uur onderweg * 471 mijl afgelegd.
Het waait en regent flink. Linde rolt alle kanten op. Alles rinkelt en rammelt in de kastjes. Hans stuurt met grote grijns en ik lig op de bank, klem tussen kussens en slingerzeil. Djogo ligt op het aanrecht. Hij mag niet naar buiten met dit weer.
14-11 * 07.00 uur
Ik kon niet meer schrijven na gisterochtend. Hans heeft tot 05.00 uur (vanaf 04.00 uur gisteren, dus 25 uur!) veel op de hand gestuurd. Het waaide te hard voor de windvaan en stuurautomaat. Veel regen, harde windvlagen. Brekers rondom de boot. Hoge golven waar Linde met 17,5 (!!!) knopen vanaf surfte. We gingen ontzettend hard. Djogo was bang. Moest binnen omdat het buiten te gevaarlijk was. Hij hing met zijn nagels luid miauwend aan de deurtjes. We zitten allebei onder de krassen. Door de boot bewegen was moeilijk en de luikjes open doen kon niet vanwege Djogo. Ik gaf Hans af en toe eten door het raam tussen de kombuis en de kuip. Daar hadden we dan wel weer lol om zo midden in de storm. En ook tof: ons nieuwe 24-uursrecord is 177 mijl!
14-11 * 08.15 uur
We zetten koers op Cat Island. Dat is wat dichterbij en makkelijker te bereiken dan San Salvador. Nog 140 mijl te gaan.
14-11 * 09.20 uur * 5×24 uur onderweg * 644 mijl afgelegd.
14-11 * 10.20 uur

De zon schijnt, het water is donkerblauw, Hans ligt eindelijk lekker te slapen. De ellende van de afgelopen 24 uur (en de rollerige dagen ervoor) is bijna weer vergeten! Behalve als je de kajuit in kijkt, waar van alles op de grond ligt door 2x bijna plat slaan. [Plat slaan is als de boot zo schuin gaat dat de mast horizontaal ligt.] Volgende zeereis spullen beter vast zetten! Tot nu toe stond alles voldoende vast, maar als je zó schuin gaat zijn kleine opstaande randjes niet voldoende voor mandjes met spullen. Gelukkig staat de doos met eieren nog op zijn plek…
14-11 * 13.20 uur
De wind is ingezakt, nog maar 10 à 11 knopen. Alle vaart is eruit. Nog 113 mijl te gaan.
14-11 * 17.20 uur
De zon gaat bijna onder maar het is bijna volle maan dus niet donker. Over 50 mijl varen we tussen Eleuthera en Cat Island door. Daarna nog 44 mijl tot de ankerplaats. Laatste rif er uit gehaald. Grote groep vliegende vissen gezien!
15-11 * 08.30 uur
LAND IN ZICHT!
15-11 * 09.20 uur * 6×24 uur onderweg * 765 mijl afgelegd.
Prachtige zon, helderblauw water. Nog 13 mijl!
15-11 * 12.20 uur aankomst * 778 mijl afgelegd in 6×24 + 3 uur.
Na aankomst meteen een plonsje!

Kijk, nu wordt het mooi! Zeilen! Wind! Golven!
Er komt een buitje aan. De eerste .
Djogo heeft een plek gevonden waar hij enigszins stabiel ligt.
Na een poosje kan hij nergens meer goed liggen en hij wil naar buiten. Hij valt van de trap, er rollen spullen door de boot, hij is in paniek. Arme Djogo, ik vind het zo zielig! Hij miauwt zelfs, iets wat hij nooit doet.
Het lukt me uiteindelijk hem bij me te houden en uitgeput valt hij op mijn kussen.
We lagen over stuurboord, dat is duidelijk.
We zijn er bijna! Eleuthera ligt midden boven, Cat Island rechts. Links de Exuma’s waar we later naar toe zullen gaan.
Na de storm gaan we van donkerblauw…
Via turkoois….
Naar lichtblauw. We zijn er!

Wat zijn we blij als we er zijn! Dit was de heftigste tocht tot nu toe. Héél erg onstuimig. Zeker niet saai. Ik ben blij dat Hans het in zijn eentje kan bij windkracht 8 (de voorspelde 30 knopen waren 40 knopen). Ik ben ook blij dat Djogo binnenboord is gebleven. En we zijn superblij met Linde, die stabiel en stevig is.

Nu het achter de rug is, vergeten we de angst, de vermoeidheid en alle spanning. Want we kijken om ons heen en realiseren ons dat we op één van de mooiste plekken op aarde zijn. Alweer!

6 thoughts on “Saai

  1. Jongens wat een pracht verhaal en ervaring weer dat wordt een trilogie later . Een goede reis en verblijf op de Bahama`s en hele fijne feestdagen Bart & Ria

  2. Geweldig verhaal! Leest als een thriller! Jullie zijn al een tijdje in de Bahamas. Wij ook! Nu zelfs vlakbij de Sea Ya en de Incentive. We hebben vanmiddag tussen de varkens kennis gemaakt op Pig Island. Waar zijn jullie nu? Groetjes van Tineke en Herbert van de Zahree.

  3. Ik miste jullie verhalen al, maar wat een avontuur weer.
    We wensen jullie fijne feestdagen en een mooi gezond 2020 met een behouden vaart.
    Lieve groetjes Hans en Nicole

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.