Pauze

We arriveren in West Palm Beach, Florida op 30 maart 2020. Inklaren moet bij een kantoortje dat zich ergens rondom het vliegveld bevindt. Met een mondkapje voor en desinfecterende gel in de handtas stappen we in een taxi. Op het nieuws lazen we in Cuba dat de Amerikanen nogal luchthartig met het coronavirus lijken om te gaan. De taxichauffeur vertelt dat zijn zoon in New York woont en vanwege de snelle verspreiding van het virus daar nu tijdelijk bij zijn ouders is ingetrokken. Hop, het vliegtuig in en van New York naar Florida en wij zitten bij zijn vader in de taxi.

We maken ons er maar niet al te druk om. Handen ontsmetten na het uitstappen en inklaren maar. We treffen de alleronvriendelijkste man van heel de VS en staan wat beduusd een half uurtje later weer op een taxi te wachten. Via de supermarkt, waar we alles kunnen kopen behalve toiletpapier (waarom over de hele wereld dát uitgerekend gehamsterd wordt tijdens de coronacrisis??), gaan we weer terug naar Linde. We verlaten de haven en gaan voor anker in de buurt van een miniscuul strandje in Palm Beach. Dat ligt aan de overkant van West Palm Beach. Het strandje is precies groot genoeg om de bijboot op de parkeren. Het is een beetje viezig daar maar dat is perfect, want zo weten we zeker dat er niemand anders zal komen.

En dan zitten we vijf weken op de Linde. We doen één keer per week boodschappen en verder verlaten we de boot niet. Het virus verspreidt zich vlotjes door Florida. Palm Beach County is een van de slechtste gemeentes. We passen ons aan ons beperkte leven aan en zijn daar wonderbaarlijk goed in. Nou ja, misschien verwondert niemand zich daarover. We kunnen allebei heel goed niets doen. Zelfs het weerbericht houden we niet in de gaten. Na vier weken zitten we zo in onze bubbel dat samen buiten naar de bijzondere lucht kijken een uitje is. “Zulke wolken heb ik nog nooit gezien”, zegt Hans.

“Het gaat ook harder waaien, voel je dat?”, zeg ik. We zitten romantisch naast elkaar te genieten van dit weer. Het wordt koeler en dat is een welkome afwisseling van onafgebroken temperaturen boven de dertig graden.

Een plotselinge windvlaag maakt dat we direct in actie moeten. De bijboot die zoals altijd naast de boot hangt, wordt opgezwiept door de wind en hangt ineens verticaal. Vlug haalt Hans de benzinetank en andere losse spullen uit het bootje en ik maak de lijn los om hem te water te laten. Hans hangt de bijboot achter de Linde. Daar waait hij vrijwel meteen ondersteboven. Shit! Het motortje hangt er nog aan. De losse spullen op het dek leiden inmiddels een eigen leven. Hans bindt zoveel mogelijk vast en ik ga naar binnen om spullen vast te zetten. Daar blijkt geen tijd meer voor te zijn. Ik draai binnen de motorsleutel om voor het geval Hans de motor moet starten en dan gooi ik de luikjes dicht. Djogo wil altijd naar buiten als het binnen onrustig is maar hij zou zo van de boot af waaien. Hans roept nog: “Niets van ijzer aanraken binnen!!”, omdat het onweert. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Normaal grijp ik me vast aan de ijzeren stangen naast de trap en langs de kombuis. Met in de éne arm Djogo en in de andere hand wat spullen die van de tafel dreigen te schuiven, zoek ik een plekje op de bank die vol ligt met spullen omdat Hans bezig is met het lakken van de buitentafel. Oh nee! De kwasten staan nog in een potje water op de navigatietafel. Eerst die wegzetten. Poes op de bank, naar de navigatiehoek stappen, oeps, niet de ijzeren stangen vastpakken, kwasten in de gootsteen, blauwe plek, poes hangt keihard miauwend in de luiken, poes pakken, krassen in de nek, plof op de bank, telefoon erbij – tornadowaarschuwing? Wat??? Luik op een kier, Hans waarschuwen, maar dat slaat nergens op want die heeft inmiddels wel door dat het serieus is. Hij staat met de motor op volle toeren in onderbroek de boot met de neus in de wind te houden. Het hagelt grote stenen. Ik ga gauw weer naar binnen. Ik ben in paniek en weet niet wat ik moet doen, dus ik doe niets. Djogo is in nog grotere paniek maar ik kan niets voor hem doen. Net zo snel als de storm opstak, is hij na een half uurtje weer verdwenen. Op de radar zie ik dat over een uurtje het tweede deel overkomt. Snel halen we het bijbootje langszij, draaien hem om en hijsen de motor aan boord. We hangen hem op zijn plek met de kap eraf en hopen dat de regen hem schoon zal spoelen. De buurman komt langs in zijn bijbootje. Hij zag ons druk bezig aan dek en komt informeren of het allemaal goed gaat. Hij vertelt dat hij 130 knopen wind heeft gemeten. Op dat moment zegt me dat niet zoveel, behalve dat het belachelijk veel wind is. Vanaf 28 knopen (windkracht 7) vind ik het al niet meer leuk op het water. We gaan gauw door met de boot klaarmaken voor het tweede deel van de storm. We halen de zonneflappen weg, doen de bimini naar beneden, binden nu echt alles binnen en buiten stevig vast en dan wachten we. De buurman blijkt een echte Amerikaan. Amerikanen kunnen namelijk heel goed overdrijven. In 130 knopen wind zouden onze bimini en zonneflappen het niet overleefd hebben. Op het nieuws lezen we dat er windvlagen van 60 tot 70 knopen wind waren.

Vanaf 64 knopen is het windkracht 12 en dat is de hoogste op de schaal van Beaufort. Ik kijk nog eens op de radar. Alle ellende schuift ten westen van ons langs. Dit was alles! Een half uur storm. Nou zijn we vier weken in Palm Beach en al mijn tekst tot nu toe gaat over een half uur avontuur.

Van onze vlag is niet veel meer over.

Op dezelfde dag, zondag 26 april, nemen Jacco en Jannie afscheid van de zeilersgemeenschap in Luperon, Dominicaanse Republiek. Maandagochtend vertrekken ze en wij verwelkomen hen vrijdagmiddag in Palm Beach.

We volgen de Maaike Saadet sinds hun vertrek via Marine Traffic. Hier zijn ze al binnen AIS afstand. Nu kunnen we precies zien hoe laat ze bij ons zijn.
Een bekende boot met lieve bemanning zien naderen is echt een feestje!

Begin juni vorig jaar hebben we elkaar voor het laatst gezien toen Jacco en Jannie ons bezochten op Brier Island. We zijn superblij als ze naast ons het anker in het water gooien. We springen in de bijboot en stappen bij hen aan boord. Het is alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben. We praten aan een stuk door terwijl we een van onze talloze zakken Cubaanse koekjes leeg eten.

Natuurlijk werpt ome Jacco meteen een hengeltje uit voor Djogo.

De dag erna gaan we meteen weer door met kletsen. Vooral de mannen raken niet uitgepraat. Eindelijk kan Hans weer eens lekker uitgebreid over allerhande technische bootdingetjes praten waarbij ik na twee minuten doorgaans al afhaak. Jacco is precies zoals Hans en ze zijn elkaar nooit zat. ‘s Avonds na de versgebakken frietjes (speciaal voor mij) en de Dominicaanse biefstuk (speciaal voor Hans) zegt Hans dat hij voor morgen een mooi weervenster ziet om naar Charleston te varen. Ik zou dat echt vreselijk vinden, net ergens in een nieuw land aankomen en meteen weer een paar dagen de zee op, maar Jacco en Jannie zijn flexibel en zien ook dat het erg mooi weer wordt voor een tochtje naar South Carolina. Als de volgende dag een enorme parade motorbootjes met Trump-vlaggen langs vaart, weten wij niet hoe snel we het anker moeten ophalen om Palm Beach te verlaten. Dat heeft niet zozeer met de politieke voorkeur van de motorboters te maken, maar wel met de hekgolven die ze urenlang achter elkaar veroorzaken. Ik word er zeeziek van en wil weg!

Bij het strand van Palm Beach, waar wij langs komen als we de zee op gaan, is de hangplek voor Trumpbootjes.

Na twee dagen zeilen liggen we voor de Maaike Saadet op een prachtige ankerplek in een kreekje ten zuiden van Charleston.

Van hieruit gaan Hans en ik over de Intra Coastal Waterway naar Georgetown. Het is koud!!!We missen Florida nu al…

In Georgetown parkeren we achter de Maaike Saadet.

Vanaf Georgetown doen we weer een tochtje over zee. Het is niet zo ver, 170 mijl, naar Beaufort (North Carolina). De afwisseling tussen de zee en de ICW vinden we erg leuk. Over zee gaan we veel sneller omdat Linde liever zeilt dan motort en omdat je ‘s nachts kunt doorgaan.

Over de ICW zien we wat van de omgeving en we kunnen ‘s nachts lekker slapen. Vanaf Beaufort varen we, net als in de herfst maar dan in tegengestelde richting, helemaal naar Norfolk. Hans vond het vorig jaar vreselijk saai om hier te varen. Nu vindt hij het hartstikke leuk! Het is veel rustiger op het water (waarschijnlijk dankzij het coronavirus). Het is overal prachtig groen. Ik ben even binnen als Hans me roept. “Carla! Kom even buiten, ik zie iets! Ik denk een zwemmend hertje ofzo…”. Ik kom snel kijken en tot onze enorme verbazing zien we een beertje zwemmen. Het is een kleintje.

De moeder laat zich niet zien en als het beertje tussen de struiken verdwenen is, varen we rustig verder.

Tijdens onze tocht praten we veel over hoe we verder gaan met onze reis. We vragen ons af wanneer de grens met Canada open zal gaan en wat de maatregelen zullen zijn als we daar naartoe zeilen. Wat doen we als de grens pas in de zomer open gaat? Wat als het te laat is om door de Noordwest passage te kunnen varen? Wat als de grenzen ergens in juni open gaan, maar je moet twee weken in quarantaine voor je verder mag zeilen? In Florida hebben we het er ook vaak over gehad en we hebben toen zes scenario’s op papier gezet. Inmiddels zijn er na lang nadenken en veel overleggen twee scenario’s over. Het zou fantastisch zijn als het eerste scenario uitgevoerd kan worden. Voor de Noordwest passage moeten de mannen eind juli in Groenland klaar liggen om te vertrekken zodra het ijs verdwenen is. Jannie en ik hebben een ticket vanaf Ilulissat. Het is vanaf de Chesapeake Bay, waar wij op weg naar toe zijn, een week varen naar Halifax. Daarna is het nog twee tot drie weken naar Groenland (zonder toeristische omweg die we eigenlijk van plan waren). Omdat we rekening moeten houden met het weer en regelmatig een tussenstop zullen maken in Canada en Groenland, moeten we uiterlijk half juni in Halifax zijn – en als we er dan pas zijn, kunnen we niet langs Brier Island. Wouter zegt nog heel lief dat hij en Joyce dan wel in Halifax langs komen om naar ons te zwaaien, maar dat zou wel echt een beetje treurig zijn… Optie twee is terug zeilen naar Nederland. Jacco en Jannie blijven in de VS als ze niet naar Canada kunnen. Het zou heel gezellig zijn als we samen richting Maine zeilen, maar we besluiten hier niet voor te kiezen. We hebben nog budget voor twee jaar en we vinden het zonde als we hiervan een maand of acht in de VS moeten doorbrengen. Het is nu ook nog niet te zeggen of we vanaf november weer naar de Carieb kunnen.

Half mei arriveren we in Elizabeth City, North Carolina. Er is wifi en Hans leest dat de grens tussen Canada en de VS waarschijnlijk gesloten blijft tot 21 juni. Met eventueel twee weken quarantaine erbij is het al juli. We willen graag zekerheid. We varen door een erg mooi gebied en gaan na Elizabeth City door een nationaal park varen. Als we niet naar Canada gaan, willen we hier wat meer tijd voor uittrekken. Hans appt Sebastiaan die een berichtje terug stuurt dat zeker duidelijkheid biedt. Canada verbiedt pleziervaart boven de 60 graden noord ten minste tot 1 november. De Noordwest passage kan definitief niet doorgaan. We hebben weer een lange avond met veel wikken en wegen, en besluiten dan dat we naar Nederland zullen gaan. We bellen Jacco en Jannie om dit te vertellen. Het is geen leuk nieuws. Bericht sturen naar Nederland is leuker. Onze vrienden en familie zijn blij dat we naar hen toe komen. Wij hebben dubbele gevoelens. Het is heel jammer dat we niet naar Canada kunnen gaan. Hans had zich erg verheugd op de Noordwest passage en ik verheugde me erg op ons bezoek aan Brier Island. We keken uit naar het weerzien met Sebastiaan en Rhiannon en de kinderen. Het is niet leuk om nu alweer afscheid te nemen van Jacco en Jannie. Gelukkig zijn we allebei meer gericht op wat er wél leuk is. Het is fijn om vrienden en familie in Nederland weer te zien. Het is fijn om terug te zeilen, zodat we onze boot daar hebben en al onze spulletjes. En… als we naar Nederland zeilen, kan Djogo mee en hoeven we geen afscheid van hem te nemen! Ik vind het leuk om weer te gaan werken want ik heb kinderen om me heen gemist. Hans vindt het leuk om uitgebreid aan de boot te gaan klussen en deze opnieuw klaar te maken voor een lange reis. We weten nu veel beter wat we wel en niet op de boot willen hebben. Ons plan is om te gaan werken, sparen, en over een paar jaar opnieuw te vertrekken. En als het volgende zomer weer beter gaat op de wereld, stappen we op het vliegtuig naar Halifax en doen alsnog wat we deze zomer van plan waren.

Na twee nachtjes in Elizabeth City gaan we op ons gemakje door de ‘Great Dismal Swamp’ varen. Je kunt deze route alleen nemen als je maximaal twee meter diep steekt. (Dit is geen garantie dat je niets raakt met je kiel, want er liggen her en der boomstammen op de bodem of er staan boomstompen.) Aan het begin en eind van het park zijn sluizen.

South Mills sluis. We hebben het gelukkig weer warm.

Langs de route liggen verschillende zogenaamde ‘free docks’. Djogo vindt het fantastisch om aan een steiger te liggen en het land te verkennen.

Djogo heeft schutkleuren. Hij staat linksvoor bij de steiger.

Voor de tweede keer in zijn varende leven valt hij in het water en dit gebeurt (gelukkig) alleen als we aan een steiger liggen. We hebben het, net als vorige keer, niet zien gebeuren en zijn blij dat hij weer zelf op de steiger geklommen is. Hij is supervies want het water in het moeras is bruin, vol kroos en smurrie. Hij moet dus onder de kraan en wie iets van katten weet, snapt dat dat geen feestje was.

In het park kun je wandelen. Er leven ongeveer 350 beren in het park. De kans is niet groot dat je ze ziet, ze gaan mensen uit de weg. Ik zing de hele weg want als ze je horen (vooral als ze mij horen, zou Hans zeggen) lopen ze zeker de andere kant op.

Zelfs Hans loopt bij me weg als ik zing….
Linde ligt een beetje verscholen in het groen achter de rode Salmón.

Achter ons aan de steiger ligt een Duitse boot, Salmón. Er woont een gezin met drie kinderen op. Het oudste meisje is vandaag 10 jaar geworden. We hebben een steigerfeestje! Na de taart doen we spelletjes en het is heel gezellig.

Potje beverbende met Beeke, Wencke en Frithjof.

Het visitor center is gesloten vanwege het coronavirus. Dát en de regen die dagenlang boven het moeras hangt, zorgt ervoor dat het lekker rustig is en we maar met een handjevol zeilers over het kanaal varen. Samen met de Duitsers gaan we door de sluis bij Deep Creek en dan zit ons mooie tochtje door de natuur erop.

We zien onderweg heel veel schildpadjes.
Deep Creek sluis. Hier werkt de joligste sluiswachter van de VS. Hij speelt zelfs het Amerikaanse volkslied voor de kinderen op de Salmón op een grote schelp. Zij toeteren vrolijk naar hem terug.
Bij de sluis hangt dit bord. Palm Beach ligt een stukje ten noorden van Miami. We hebben er dus inmiddels zo’n 1000 mijl op zitten.

We varen vanuit de sluis rechtstreeks het industriegebied op. Echt een gekke overgang! We besluiten in één keer door te varen naar Deltaville. Niet alleen het verschil in omgeving is groot. In plaats van rustig motoren over een smal kanaaltje, zeilen we nu in de harde wind met bijpassende golven over de Chesapeake Bay. We worden weer eens flink door elkaar gehusseld. Ik denk maar niet aan de vijf à zes weken zeilen naar Nederland…

In Deltaville wacht Jacco ons op met zijn bijbootje om ons door de smalle vaargeul te loodsen. Hij is er zelf aan de grond gelopen vorige week en hij wil voorkomen dat dat ons ook overkomt. We gaan langszij bij de Maaike Saadet en hiermee is ons leefgebied verdriedubbeld. Vooral Djogo is hier heel blij mee.

Hans moest even de mast in voor Jacco. Drie jaar geleden durfde hij niet voorbij de eerste zaling van onze eigen boot. Nu klimt hij probleemloos tot in de top van de 23 meter hoge mast van de Maaike Saadet.

Hans en Jacco klussen de hele dag door samen, ook als Maaike Saadet en Linde op de kant staan.

Blij dat wij niet hoeven te klussen 🙂 .

We zijn op dit moment bezig om Linde helemaal klaar te maken voor de grote oversteek.

Drie jaar geleden stond Linde voor het laatst op het droge en waren we haar aan het klaarmaken voor haar eerste grote reis. Inmiddels heeft ze er dik 15000 mijl op zitten en mag ze best een beetje vertroeteld worden.

Jullie zullen een poosje niets meer van ons horen. We denken half juni te vertrekken en eind juli aan te komen. We hebben nog nooit zo’n grote afstand in één keer (ongeveer 3500 mijl) afgelegd dus het is hartstikke spannend. Na de oversteek volgt het laatste blog van onze dan precies driejarige reis!

6 thoughts on “Pauze

  1. Wat ontzettend jammer voor jullie maar wat fijn dat die knip toch ook kon! We wensen jullie nog onvoorstelbaar veel moois en wie weet tot ziens

  2. Wat een mooi verhaal weer. Die 150 knts hadden we al eerder van je doorgekregen en ik kon mij er geen voorstelling van maken maar de helft is al stijf genoeg, oef! Hans’ zijn garderobe lijkt goed aangepast te zijn voor het locale gevoel voor mode en Djogo weet goed wie hij voor visje moet paaien. Ik ben nu precies 4 weken weer in Nederland en het is hier écht saai vergeleken bij jullie avonturen. Ik wens jullie een mooie oversteek en heb het goed samen. ⛵

  3. Tjonge Tjonge ik zit op het puntje van mijn stoel aan de eettafel jullie avonturen te lezen geweldig wat een belevenis weer. Zoals ik al eens eerder opperde zou jullie blog bundelen en omzetten in een spannend boek . En goede Netflix serie is hier niets bij.. Wel nu de volgende uitdaging de grote Oversteek wij hier Bart en Ria wensen jullie een behouden vaart en big hugs and kisses XXXXXXXXXXXXXXXXX

  4. Hi Carla, weer mooi om te lezen en ook fijn dat je weer (even) naar Nederland komt! Mette kan je nog goed herinneren, ondanks dat ze toen 3 was. We hopen je binnenkort weer te zien! Groet, Sanne en Johannes

Laat een reactie achter op A.F. Peperkamp Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.