Passaatpoezen

“Jij bent meer een passaatpoes, hè, Djogo?”. Hans praat tegen Djogo die een beetje zielig heen en weer glijdt over de kuipvloer. “Ik ook hoor.”, zeg ik. “Ik zelf eigenlijk ook.”, zegt Hans.

Voor de niet-zeilers zal ik wat uitleggen over passaatzeilen. De passaat is een constante wind die zeilers graag in de rug hebben. De meeste zeilers kiezen hun route zó dat ze wind mee hebben. We gingen bijvoorbeeld via Kaapverdië naar Suriname omdat op die hoogte de kans op het ‘oppikken van de passaatwind’ groot is. We konden vrijwel die hele route passaatzeilen; fok uitgeboomd aan stuurboord en grootzeil over bakboord. Je zeilt zo lekker stabiel voor de wind. De tocht naar Canada verliep iets spannender…

Zondag 10 juni – zondag 17 juni 2018.

We zeilen van Bermuda naar Canada. Van de warmte naar de kou, van de palmbomen naar de naaldbossen. Ik werd gewaarschuwd dat het relaxte zeilen nu voorbij was. We gaan afzien! We gaan naar het noorden!

Dag één.

We vertrekken zondagochtend vlak na de Maaike Saadet. Het is rustig weer en we hebben er zin in.

Tussen de verstaging zie je de Maaike Saadet.

De rust is snel voorbij. Algauw zijn de golven metershoog en ze beuken tegen Linde. Soms zwiept er een golf over de boeg en smijt zich tegen de buiskap.

De golven komen niet alleen van voren, maar ook van opzij. Ze springen in het gangboord en soms in de kuip. Wij verstoppen ons onder de buiskap, maar af en toe weten ze ons toch te vinden. Linde rolt en stampt (ze gaat heen en weer en op en neer). Djogo wordt als eerste zeeziek en ‘s nachts ben ik aan de beurt. Hans gaat lekker als altijd. Gelukkig maar, want hij moet zeilen, koken, kots opruimen en weerberichten ophalen.

We hebben de eerste 24 uur 103 mijl afgelegd. Dat is niet veel, maar de kop is er af!

Dag twee.

We zitten nog lekker in onderbroek. De zon schijnt, we wennen een beetje aan de golven en we komen in ons ritme. Dat ritme is zoals alles bij ons een beetje losjes. We hebben geen strikt wachtschema en ook overdag doen we maar wat. Maar één ding staat vast: tussen 15.00-16.00 uur is het borreltijd met een drankje en hapje en Yahtzee. De dobbelstenen vliegen door de kuip (of, als we pech hebben, de kajuit in) want Linde schuift regelmatig van een hoge golf af, of hakt in op een knoeperd die van voren aan komt rollen. Hans haalt na drank en spelen het weerbericht op. “Er komt onweer aan.”, zegt hij. De eerste helft van de nacht zou wat heftig kunnen zijn met veel regen, onweer en harde windvlagen. Ik ga na het eten meteen naar bed en hoop dat ik na het onweer pas aan de beurt ben. Om 23.15 uur maakt Hans me wakker. Het dondert en bliksemt al een tijdje en hij vindt het een fijner idee als ik aangekleed in de kuip zit. We hebben de zeiljassen aan, maar zitten ook nog in onderbroek, want het is warm. De regen en de zee leren ons een lesje; met dit weer moet echt je hele zeilpak aan want zout en zoet water komt tegelijk en van alle kanten over ons heen. Om middernacht horen we geen gedonder meer. Hans gaat naar bed. De windrichting verandert. Hij komt nu uit het noorden. Wij willen ook naar het noorden, maar ja, tegen de wind in zeilen gaat niet. We gaan een heel stuk naar het oosten. We gaan overstag in de hoop naar het noordwesten te zeilen, maar de golven zijn nog niet met de wind meegedraaid en de stroming staat ook tegen. Tegen de golven in verliezen we snelheid, waardoor de stroming meer vat op ons krijgt en ons naar het zuiden duwt, met als gevolg een westelijke koers. We gaan maar weer terug overstag richting het oosten. Een paar uur later (we zeilen inmiddels naar het zuidoosten) gaan we weer overstag en pakken de (min of meer) gewenste koers op. Die lijn in het midden is de rechtstreekse koers naar Lunenburg.

De tweede 24 uur hebben we 126 mijl afgelegd. Ha, dat schiet beter op, zou je denken. Maar we hebben veel nutteloze mijlen gemaakt naar het oosten en weer terug.

Dag drie.

Het regent nog steeds. Mijn zeilpak blijkt helaas niet waterdicht. Ik zit op een nat kussen en na een poosje is mijn kont ook nat. Super irritant vind ik dat en dus wissel ik die dag een keer of zes van onderbroek.

Beetje moeilijk lachje zo met die natte kont.

‘s Ochtends heb ik voor het eerst een dekbed nodig. Heerlijk om na zo’n natte, koude nacht onder een dikke deken te liggen!! Dan hoor ik een luide knal en direct daarop een hard klapperend zeil. Ik spring mijn bed uit, de trap op en zie Hans druk bezig met het inrollen van de fok. “De schoot is doorgeschavield!!”, roept hij. Ik help trekken aan het fokkereeftouwtje om de fok op te rollen. Daarna haalt Hans de kapotte schoot weg en legt de stuurboordfokkeschoot aan bakboord. Het blijkt een pechdag. ‘s Middags doet Hans een inspectierondje en ziet dat het babystag bij de terminal bijna gebroken is. Er zitten meerdere draden in het stag, ze zijn niet allemaal door, maar echt veilig is het ook niet meer. Hans maakt het stag los zodat de druk eraf is. We moeten nu wat beter opletten met zeilen om de mast te ontzien. Gelukkig gaat de wind liggen. ‘s Nachts gaat de motor aan om nog een beetje snelheid te houden.

De derde 24 uur hebben we slechts 96 mijl afgelegd…

Dag vier.

De wind trekt langzaam aan en is weer van richting veranderd. Hans ligt nog te slapen en ik doe gauw de afwas. Nu liggen we rustig, dus ik kan de hele stapel van drie dagen wegwerken. Zodra Hans wakker wordt gaan we aan de slag met de zeilen. Fok uitbomen, de reven uit het grootzeil, en dan varen we heerlijk rustig voor de wind. Dit is het moment dat we beseffen dat we passaatpoezen zijn. Beetje doezelen, lezen, spelletje doen, iets lekkers maken (alle bananen zijn tegelijk rijp, dus we maken bananenbrood, bananenijs en een bananenshake); dit is het goede zeilersleven!

Djogo komt ook weer een beetje tot rust.

Hij heeft zelfs weer zin om te spelen.

Maar het zou toch afzien worden, deze tocht? Dat klopt. Ik zal positief beginnen. We verbreken deze nacht ons snelheidsrecord. Linde kan 15 knopen lopen. Als ze lekker van een flinke golf af surft, gaat ze als een speer. Urenlang racet ze met acht knopen door het water, een aantal uur zelfs negen knopen. Zo snel gaat ze normaal niet. Maar het waait hard. Enorm hard. We reven flink en genieten van de snelheid. Dan gaat het regenen en is het genieten voorbij. De regen komt van achter en dus zitten we niet beschut onder de buiskap. We trekken gauw onze zeilpakken aan. De kajuitingang moet dicht, anders regent het in. Hans neemt de eerste wacht en ik nestel me op de slaapbank. Voor het eerst kiest Djogo ervoor om tijdens het zeilen ‘s nachts bij me in bed te liggen in plaats van buiten te spelen. Ook mijn wacht is nat en koud. Omdat het zo hard waait, moet ik veel bijsturen. De windvaan en stuurautomaat doen het met harde wind wel goed, maar door de enorme golven schuiven we alle kanten op en dan raakt Linde makkelijk uit koers. Het is echt een enorm donkere nacht. De maan komt ergens in de ochtend op en gaat voor middernacht onder. Daar heb je dus niets aan. Er zijn zoveel wolken dat de sterren niet te zien zijn. Zulke nachten zijn aan mij niet besteed helaas. Mijn fantasie slaat op hol en ik zie allerlei rampen gebeuren – van scheurende zeilen tot een botsing met een walvis. Maar gelukkig komt aan alles een eind en dus ook aan deze nacht.

In de ochtend neemt de wind af. We trekken alle reven er uit om wat snelheid te houden. De kussens, kleding en zeilpakken leggen we in de zon te drogen. De wind blijft veranderlijk en we brengen de rest van de dag revend en ontrevend door.

De vierde 24 uur hebben we 161 mijl afgelegd. Iets minder dan ons record; op 5 december hebben we 165 mijl in 24 uur gezeild. We zijn zeer tevreden!

Dag vijf.

Overdag is het lekker warm, maar ‘s avonds trekken we voor het eerst een lange broek en trui aan. Binnen is het nog 30 graden maar ook dat is al een stuk minder warm dan het was.

Lekker onder een dekentje liggen…

De vijfde 24 uur hebben we 111 mijl afgelegd. Volgens de plotter nog 175 mijl te gaan. Dat is goed te doen in twee dagen!

Dag zes.

Wauw, het is echt koud!! Ik geloof het zelf bijna niet, gisteren zaten we immers nog in onderbroek, maar nu heb ik over verschillende laagjes kleding mijn zeiljas aan, ik draag muts, sjaal en handschoenen, sokken en schoenen, en om mijn benen een dekentje… We zijn echt niets meer gewend na zoveel maanden 30+ graden!!! Het is bewolkt, de zee is grijs en grauw. Er is geen straaltje zon. Djogo zit te bibberen en heeft geen aanmoediging nodig om onder onze jas te kruipen.

Lief!!!!

We kijken elkaar aan en vragen ons af waarom wij nou weer zo nodig naar Canada moeten in plaats van naar Bonaire of Curaçao – waar veel andere zeilers tijdens het orkaanseizoen zijn. Gelukkig weten we daar nog steeds genoeg redenen voor op te noemen, dus we gaan maar verder… Maar echt veel verder komen we deze dag niet. De wind is weer gedraaid, naar het noorden, dus we moeten opkruisen. Het eerste stuk gaan we naar het noordoosten, dat is niet zo erg. De windrichting wijzigt weer een beetje en dan gaan we pal oost. Overstag dan maar? Hmm, nu gaan we naar het zuidwesten. Dan maar weer overstag. Er is nauwelijks wind meer. We dobberen richting Europa. Ik kijk altijd graag naar de afstand tot het waypoint dat op de plotter staat. Het is heerlijk om die afstand steeds kleiner te zien worden. Wat nu gebeurt, hebben we nog niet vaak meegemaakt… de afstand tot het waypoint wordt groter… Tussen 12.00-18.00 uur hebben we 22 mijl afgelegd. Dat is niet veel, maar dat geeft niet. We zijn echter maar 8 mijl dichter bij ons waypoint gekomen en dat is best frustrerend! We zijn intussen ook weer een paar keer overstag gegaan, maar het helpt niets. We varen van oost naar west en dan over diezelfde weg weer van west naar oost.

We worden verrast door een enorme groep dolfijnen. Ze springen boven het water uit, dansen rond de boot en maken ons heel vrolijk. En weet je, wat kan ons het schelen, we slingeren de motor aan! Gewoon even de juiste richting op varen, want op deze manier komen we over een paar weken pas aan…

De nacht is zó koud! De kleding die ik gisteren aan had, is niet voldoende. Djogo zit onder mijn vest en jas tegen me aan te bibberen, en ik bibber terug. Dan pak ik de dikke zeiljas van Hans en trek die over mijn zeilpak aan. Een tweede sjaal erbij en dan houd ik het wel een paar uurtjes vol. Het fijnste moment van zo’n koude nacht komt na mijn wacht: dan kruip ik in het warme nestje waar Hans net uit gestapt is…

Eerder dan verwacht maakt Hans me wakker. Hij had het babystag weer vastgemaakt omdat de mast dan toch wat beter ontzien werd. Helaas knapte het stag deze morgen. Omdat er geen golven zijn en er een heel rustig windje staat, besluit Hans nu een noodstag te maken van dyneema. Hij moet de mast in. Later zou het weer gaan waaien, dus we gaan meteen aan de slag. Na een paar uur is alles weer in orde. Wat een geluk dat het ineens zo rustig is op zee!

De zesde dag hebben we 88 mijl afgelegd. Een dieptepunt…!!

Dag zeven.

Wat een mooie dag! Een stralende zon, een wolkenloze, helderblauwe lucht en een heerlijk windje vanuit een goede richting. We hebben allebei weinig geslapen, maar vinden het buiten te fijn om weer naar bed te gaan. Aan het eind van de middag worden we ingesloten door de mist. Gelukkig hebben we nu een radar. Waar niets op te zien is, want er is weinig scheepsverkeer. De nacht verloopt rustig. Ik ben eindelijk zover dat ik zonder hulp tijdens mijn wacht overstag ga. Helaas moet ik Hans wel even wakker maken omdat de bulletalie vast zit, en ik ga – zeker met al die zeilkleding in deze kou – niet uit de kuip als hij ligt te slapen. In de ochtend hebben we land in zicht!

We arriveren in Lunenburg precies zeven etmalen na vertrek. We hebben er wat langer over gedaan dan verwacht, maar ach, doen we dat niet altijd? De zon schijnt, de zee is rustig, en op de steiger staan Jacco en Jannie klaar om onze lijnen aan te pakken. Mooier kunnen we onze aankomst niet wensen!!!

De zevende dag hebben we 112 mijl afgelegd. In totaal 803 mijl.

 

Nog wat extra foto’s van de overtocht:

Zo’n mooie, volledige regenboog!

Quarantainevlag en Canadees gastenvlaggetje gehesen… We zijn er bijna!

Djogo helpt met de huik.

Is-ie goed in.

Altijd gezellig met onze Djogo!

We zijn er! Lunenburg!

3 thoughts on “Passaatpoezen

  1. Hallo passaatpoezen en passaatkater. Wat een enerverende overtocht is dit geweest. Lezen was al een spannend gebeuren, dus ik kan me voorstellen dat jullie, ondanks dat het kouder werd, toch wel eens ff het zweet op de rug hadden staan. Gelukkig zijn jullie nu weer in veilige haven. Geweldig Carla dat jij zo’n goede co-kapitein geworden bent. Heel veel plezier in Nova Scotia. XXX en knuffels en een aai voor jullie alledrie.

  2. Gaaf verslag weer Carla. Het is (weer) bijna meevaren terwijl je zit te lezen. 3 van die zeebonken. Veel plezier daar in Nova Scotia en “tot lees”

  3. Hallo Carla Hans en Djogo
    Als tante volg ik jullie van af het begin. En ben ik best heel trots op jullie. Wat jullie al meegemaakt hebben ook deze oversteek spannend, ondernemend, en stoer. Ik geniet enorm van jullie verhalen.
    Groetjes uit Oterleek

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.