Mogen we nog wat langer blijven?

Toen we 11 december in Suriname arriveerden, dachten we er zo’n drie weken te blijven. Een paar tripjes naar het binnenland, Paramaribo bezoeken, wat klussen aan de boot en dan het anker weer lichten. De toeristenkaart die we na het inklaren kregen, was 30 dagen geldig.

Inmiddels hebben we na twee bezoekjes aan de vreemdelingenpolitie verlenging van ons visum. (Waarom twee? Omdat we zo ontzettend lekker ontspannen zijn dat we niet meer echt nadenken voor we iets gaan doen. In korte broek en op slippers stappen we in de auto. Op de deur van de vreemdelingenpolitie hangen minstens vijf posters met daarop in woord en beeld de dresscode. Géén slippers, géén korte broek, géén hemdje. Ik wil me al omdraaien, maar na enig aandringen van Hans stap ik – mij hevig schamend – over de drempel. De mevrouw achter de balie spreekt ons bestraffend toe, maar we mogen toch onze paspoorten geven en plaatsnemen. Een half uur later worden we geroepen. “Heeft u de crewlist voor me?”. Eh… nee dus. Onze paspoorten zijn al gestempeld. De mevrouw geeft deze door aan de man tegenover haar. Dan aan een andere meneer in het kantoor. Nog iemand komt kijken. Maar nee, ze kunnen niets voor ons doen. Er komt een stempel ‘Vervallen’ door de verblijfsstempel en zo staan we een uurtje later weer buiten… De tweede keer zijn we keurig gekleed en we hebben al onze papieren bij ons, dus dan is het vlot geregeld!)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_20180114_222020-1024x690.jpg

We zijn hier dus al langer dan een maand. En we vervelen ons geen moment. Wat we allemaal doen?

⦁ Logeren op de Brownsberg
⦁ Poesjes kijken
⦁ Kombuzwamthee drinken
⦁ Borrelen bij Opa
⦁ Snorkelen en spelen
⦁ Naar de dierenarts
⦁ De Peperpot bezoeken

Laat ik beginnen met de dierenarts. Djogo is namelijk de voornaamste reden dat we langer blijven. We waren niet helemaal gerust op de vakkundigheid van de dierenartsassistente die we 2 januari bezochten. Djogo kreeg vreselijke diarree van de antibiotica en hij gaf zoveel over dat we eigenlijk niet konden geloven dat dat uit zo’n klein beestje kon komen. Hij was al mager, maar nu had hij helemaal een ingevallen buikje…

Het scharminkeltje.

We zijn meteen gestopt met de medicijnen. De (overigens heel vriendelijke) assistente zei dat Djogo zes weken oud was. Wij denken eerder drie maanden en dit wordt door de tweede dierenarts bevestigd. Djogo krijgt een cocktail aan inentingen, een rabiësvaccinatie en hij wordt gechipt. Heel zielig… maar inmiddels is hij helemaal gezond en een beetje dikker! Hans kamt en vlooit hem regelmatig.

We zien hem zichzelf niet meer krabben, dus ook die ellende is achter de rug. Morgen heeft hij nog een vreselijke dag voor de boeg. Hij wordt gecastreerd. Als hij daarvan bijgekomen is, kunnen we plannen maken om te vertrekken uit Suriname. Als we zin hebben.

Voordat we Djogo hadden, hadden we het plan een paar keer het binnenland in te gaan. Je kunt met de auto rijden tot Atyoni en vandaaruit met een korjaal naar verschillende dorpjes in de jungle varen. Voor kerst was het er nog niet van gekomen. Het was elke dag gezellig in Domburg omdat er steeds nieuwe en bekende boten binnen kwamen.

De Dingo, Agapè, Vagebond, Jan Water, de Liefde, Maaike Saadet en veel meer boten liggen bij Domburg.

Tussen kerst en oud&nieuw zijn we naar de Browsberg gereden. Mits je een 4×4 hebt, kun je zelfstandig de berg op. Duidelijke wegwijzers zijn er niet. Met een beschrijving (‘Ga ongeveer halverwege het dorp Brownsweg naar links. Na ongeveer 100 meter ga je de berg op.’ Eh… waar is die berg? Linksaf of rechtdoor? Nog geen berg te zien. Maar ach, we komen er wel!) rijden we over de weg-met-gaten-en-scheuren naar boven.

Boven op de berg heeft Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) wat huisjes neergezet.

Er is een klein restaurantje waar je bami kip of bami vis kunt eten. Of bami, in mijn geval. Vanaf de veranda van ons huis (een huis met vier vijfpersoonskamers, maar we zijn de enige bezoekers) hebben we uitzicht over het dal met het Brokopondomeer.

‘s Middags wandelen we naar de watervallen. Nou ja, één waterval, want de tweede bereiken we niet. We komen onderweg een gids tegen die ons waarschuwt dat het in het bos vroeg donker wordt en het gaat ook hard regenen.

Het gaat mij niet eens om de watervallen. De tocht er naar toe is zo mooi!

Na het eten vraagt de beheerder van het kamp of we wel eens een grote nachtvlinder hebben gezien. “Nee? Kom maar mee”. Wauw, de vlinder heeft vleugels met een spanwijdte van zeker 20 cm. We zijn zo blij en enthousiast dat de zeer vriendelijke meneer ons meeneemt naar het schuurtje, waar meer grote nachtvlinders zijn. Padden springen over onze voeten als we door het gras lopen. Over de muren van ons huis lopen gekko’s.

Ik vind het leuk om naar ze te kijken terwijl ze hun prooi langzaam besluipen en dan razendsnel bespringen. Ik vrees voor vogelspinnen, en als ik dit uitspreek naar de beheerder doet hij alsof er een over zijn arm en over zijn gezicht loopt. Brrrr, nee hoor, heel aardig dat het mogelijk is maar ik sla toch maar over…. In het bos hebben we wel een enorm spinnenweb gezien! Dat is de reden dat Hans altijd voorop moet lopen van mij. Je zal er maar met je neus in terecht komen. De volgende dag wandelen we tot de schoenen van Hans, die hij al een paar keer met Sikaflex gerepareerd heeft, uit elkaar vallen. Blauwe vlinders fladderen om ons heen. We horen apen en vogels maar we zien ze niet. De geluiden alleen al zijn indrukwekkend!!

Goed kijken, dan zie je een blauwe vlinder.

Als we terugrijden en Hans door de plassen rijdt, krijgen we natte voeten. Kennelijk zijn auto’s niet helemaal waterdicht van onderen.

Het echte binnenlandwerk hebben we opgegeven. We willen Djogo niet alleen laten op de boot. Jammer, maar dat is de consequentie van een klein katje aan boord nemen. Gelukkig krijgen we er veel voor terug 🙂 .

Wat je er dan voor terug krijgt? Een heel bijzonder kapsel. Djogo stampt, wroet en knaagt tot mijn kuif tot het plafond reikt.

Hoe was ik eigenlijk zo makkelijk over te halen om tóch een kat mee te nemen? Daar ging iets aan vooraf. Hans gaat graag biertjes drinken met mensen die hier in de buurt wonen. Onder andere met Jacques en Dick. Op een ochtend na zo’n avondje uit zegt hij dat hij een leuk uitje voor me heeft geregeld. “Morgen mag je poesjes knuffelen!!!”, zegt hij blij. De volgende dag rijden we over de slechtste weg van Domburg naar het huis van Jacques en Dick. Voor ik het weet, hebben we allebei al een klein bolletje op schoot. Dick en Jacques hebben de kittens gevonden en met een pipetje groot gebracht. Ze zijn dol op ze en willen ze alle vier houden. Hans had er graag een meegenomen maar ik zag te veel bezwaren…

Op dat moment is er kennelijk toch iets bij me losgemaakt. Zo dacht ik nee toen ik Djogo zag, maar ik zei ja en nu zijn we alle drie heppiedepeppie.

Het wordt een lang verhaal. Ik begin een beetje te zwammen. Ha, volgende onderwerp: zwammenthee. Kombuchathee is een gezonde thee volgens de uitbaters van het restaurant hier aan de rivier. Zij zien er jonger uit dan ze zijn, en na een opmerking van Hans hierover vertellen ze hun geheim. Op een zondagmorgen halen ze ons op om bij hen thuis te zien hoe ze de thee maken en we drinken een glaasje. Het is heerlijk friszuur. Nu staan in onze kast ook een paar weckpotten waarvan er inmiddels één gevuld is met thee en een stuk zwam.

Hij moet nog 10-14 dagen gisten en dan zullen wij ook beginnen met elke dag een glaasje. Het schijnt erg goed te zijn voor de lever, want met al dat geborrel van ons geen kwaad kan…

Dat borrelen vindt soms plaats op de boot, vaker bij het restaurant en nu ook bij Opa. Hans zit in een dartclubje met vissers, vloerenstorters, een architect en een aannemer. Allemaal Hollanders die naar Suriname zijn vertrokken. Vorige week gingen ze darten in Lelydorp met Dick en Jacques als groupies. Deze week spelen ze in Domburg en dan ga ik ze ook aanmoedigen. Naast darten is djogo’s drinken ook een belangrijke bezigheid. Bij het restaurant betaal je 30 SRD voor een djogo en bij Opa 16 SRD. Opa is ook een restaurant. Zoals bij de meeste restaurantjes hier is er een toonbank achter tralies, daarachter de keuken, daarvoor een soort van eetkamertje met plastic stoelen en bij Opa is dan ook deze ruimte nog af te sluiten met een traliehek. Als het laat wordt, gaat dat hek dicht. Je kunt dan bij het hek Opa roepen. Hij komt naar het hek. Je geeft hem geld en vraagt om een djogo (of iets anders) en dat krijg je dan door een gat in het traliewerk. Het is er supergezellig met Hans en alle vrienden, maar ik mis op zulke avonden wel mijn vriendinnen!

Foto van de website van Tsuru op reis.

Er is hier nog iemand die haar vriendinnen af en toe mist. Een meisje van dertien dat met haar ouders een rondje Atlantische Oceaan doet. Ik tref Femmie regelmatig in het zwembad. Gelukkig ben ik de puberteit ook nog niet volledig ontstegen, dus we spelen dolfijn en zeemeermin en intussen leer ik snorkelen. Ik had nog nooit gesnorkeld. Een andere zeilster ook niet, en zij oefent in het zwembad. Best een slim idee. Hans vindt dat ik het ook moet doen maar ik krijg er alleen maar ontzettend de slappe lach van. Niet alleen van het snorkelen in een klein zwembad met allemaal andere mensen om me heen, maar ook van Femmie die voortdurend onder me door zwemt, gekke bekken trekt en bubbels tegen me aan blaast. Ik heb geen zwammenthee nodig om jong te blijven…

En dan op het eind van dit lange verhaal toch nog een kort serieus stukje. We bezoeken plantage de Peperpot. Slavernij en kolonisme zijn de lelijkste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. De slaven werkten op suiker-, cacao-, katoen- en koffieplantages. De Peperpot was een koffieplantage en nu is het een natuurpark met een klein museum. We zien in wat voor schamele gebouwtjes de slaven woonden. Ik heb er veel over gelezen en vroeger ook indrukwekkende films gezien. Wij zijn met onze fijne zeilboot met daarin ons luxe tweepersoonsbed naar Suriname gezeild. En dan loop je op een plantage rond en denkt aan de boottocht die de Afrikanen naar Suriname hebben gemaakt. Geen bed, maar een houten plank met vlak boven en onder je andere mensen op planken. Geen slingerzeiltje, maar een zware ketting om je benen. Het is niet voor te stellen, maar toch íets meer nu ik zelf een oceaanoversteek heb gemaakt.

Dit is nou niet echt een fijne afsluiting van een verder zo vrolijke blog. Gelukkig eindigt de dag op de Peperpot met iets moois. In het natuurpark dat erbij hoort zien we brulapen! Twee apen, hoog in een boom. Hans wijst me er op, want ik kijk alleen naar de grond vanwege de vele grote en kleine hagedissen en leguanen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Apen!” fluisterschreeuwt hij. Sinds we in Suriname zijn, hoop ik ze al te zien. En daar zijn ze. Voor mij is het helemaal goed zo. Als we deze week verder gaan, ben ik volledig tevreden en gelukkig met wat we in Suriname gezien en beleefd hebben. Maar we gaan nog niet. Er is een dartcompetitie, we zijn nog uitgenodigd om bij Dwight thuis naar zijn band te luisteren en de verjaardag van zijn moeder te vieren, we gaan met Gerben in zijn rib met 250PK motor naar Overbridge met onze hangmatten en biertjes in de tas, en er komen nog meer gezellige zeilers aan die nu aan het oversteken zijn. En misschien gaan we toch nog het binnenland in. Djogo heeft vele fans. De moeder van Femmie heeft al een dagje opgepast, en onze buren van de Vagebond willen ook graag een dagje met Djogo knuffelen. Misschien wil iemand hem ook wel een nachtje aan boord hebben! En we mogen hem ook meenemen naar Ston Eiland als we daar willen overnachten. Wees dus niet verbaasd als er over een paar weken wéér een blog over Suriname verschijnt. Mogen we nog wat langer blijven???

4 thoughts on “Mogen we nog wat langer blijven?

  1. Geweldig je verhaal en wat leuk die filmpjes, je krijgt er een beetje een impressie van.

  2. Dankjewel! Op de WiFi lukt het meestal niet om filmpjes te uploaden, maar ik heb een social media abonnement en die kan ik ook gebruiken voor dit blog. Erg fijn!

  3. Haha geweldig om te lezen! Wij liggen nu op de rivier in Gambia en heb een heel klein streepje bereik. Erg leuk om te lezen dat jullie je zo goed vermaken! Liefs Iris (en Koen) van de Immaqa

  4. Wat leuk om van jullie te horen, Iris! Jammer hoor, dat we elkaar niet meer zullen zien. Veel plezier in Gambia!

Geef een antwoord

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.