Het verhaal van de pannenkoek

Dus jij hebt net een superduper onwijze topprestatie geleverd door voor het eerst van je leven de Golf van Biskaje over te steken, en dan begin je over een pannenkoek?
Ja. Dat doe ik. Of nee, vooruit, ik zal het inleiden.

In Camaret liggen we samen met de Dingo en de Sun-Ra in een baaitje. We hebben het gezellig met elkaar, en besluiten met zijn allen zaterdag rond 17.00 uur te vertrekken richting Camarinas in Spanje.

Links, blauw, de Sun-Ra. Rechts, rood, de Dingo.

Na een poosje zien we elkaar niet meer. Ieder kiest zijn eigen route. De andere boten hebben lichtweerzeilen (dunnere, grotere voorzeilen: een spinaker of gennaker) dus zij zijn sneller dan wij met weinig wind. We hebben een SSB radionetje op een vaste tijd. Het is heel leuk om elke dag te horen hoe het met de anderen gaat, wat hun positie is, of ze zeilen of de motor gebruiken en wat ze hebben meegemaakt. We tekenen de posities in op de kaart. Zo zien we hun en onze voortgang. Wij komen drie uur na de Dingo aan in Camarinas, wat onder meer komt doordat ik tijdens mijn wachten op veilig speel: ik vaar met een boog om tankers heen want die vind ik eng…

Die boten daar in de verte? Ja, die vond ik eng dichtbij.

En omdat we voor de wind zeilen met uitgeboomde fok, ben ik bang voor klappende zeilen (gijpen kan niet omdat het grootzeil vaststaat met een bulletalie). Om dit te voorkomen, loef ik regelmatig op waardoor de koers richting New York gaat in plaats van Camarinas.

Zo heeft Hans altijd weer wat te doen als hij wakker is. Vindt-ie wel leuk hoor. Iets te doen hebben, niet dat ik steeds weer zorg voor vertraging 🙂 .

Slapen valt niet mee. Er zijn veel golven, dus we slingeren weer door ons bed. We hebben er een soort nestje van gemaakt door aan beide kanten onder de matrassen een dik kussen te leggen. We slapen uiteraard niet tegelijk, dus we kunnen om de beurt in het geultje liggen.

We laten elkaar het liefst zo lang mogelijk liggen want we gunnen elkaar zoveel mogelijk slaap. Maar ja, dan slaap je nét, en dan heeft de ander je nodig voor bijvoorbeeld het hijsen of strijken van de zeilen. Dus hop, al je lagen kleding weer aan (en dat klinkt misschien niet zo ingewikkeld. Maar de boot ligt niet stil hè. Aankleden zonder blauwe plekken op te lopen is best knap. Ik vind mezelf nog wel eens terug in een hoek van de boot waar ik niet van plan was te gaan liggen.) en zo snel mogelijk naar buiten, actie, en weer naar binnen, kleren uit en in bed. En dan maar hopen dat de wind niet gaat liggen of aantrekt zodat er weer actie nodig is. Er is één reden waar we heel erg graag voor wakker gemaakt worden. En zondagmiddag om vier uur (je slaapt wanneer dat kan) deed Hans dat juichend: “Carlaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!! Walvissen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!”. Laat die kledingdans maar zitten. In mijn onderbroek spring ik uit bed, ren de trap op en…. Wauw. Aan beide kanten van de boot zwemmen ze. Ze spuiten, ze duiken, en als ze onder water zwemmen, zien we turquoise vlekken. Het is heel erg jammer, maar foto’s hebben we niet gemaakt en de film die Hans maakte, is niet duidelijk genoeg om hier te plaatsen. Dan maar een plaatje uit de ‘Gids van alle zeezoogdieren’:

Wij denken dat we gewone vinvissen hebben gezien. Op het plaatje linksboven op de foto zie je het turquoise silhouet dat ik beschreef.

Het was echt ongelofelijk mooi en bijzonder. We hebben ook weer dolfijnen gezien, zowel overdag als ‘s nachts. In het donker zie je ze nauwelijks, maar ze worden verraden door de zeevonk. Deze eencellige, of alg (het is iets ingewikkelds, die zeevonk) geeft licht bij beweging. Als dolfijnen boven water komen, zie je ze oplichten door de fluorescerende algenbeestjes om hen heen. Heel mooi! En een beetje sinister. Heel dicht bij de boot lijken de dolfijnen wel witte spoken. Ik heb nogal veel fantasie en op zo’n moment moet ik mezelf blijven inprenten dat het dolfijnen zijn en dat ik die heel mooi en lief vind. En dat ik nu echt niet Hans hoef wakker te maken want die ziet me aankomen met mijn spoken.

Na het walvissenavontuur was ik klaarwakker en ik had ontzettende zin in pannenkoeken! Omdat ik niet graag binnen ben tijdens het zeilen (dan word ik misselijk), gaf Hans me de ingrediënten aan zodat ik in de kuip het beslag kon maken. Vrolijk gooide ik de bloem, de eieren en de melk in de kom. Een grote kom, want ik wilde niet knoeien. Nog een beetje meer van alles, dan konden we de volgende dag lunchen met de overgebleven pannenkoeken. Hans ging intussen in bed liggen voor een klein dutje voordat hij moest gaan bakken. Want ja, dat moet binnen dus dat is zijn werk. Ik klutste en klotste en zag dat het goed was. Even de kom neerzetten om het laatste restje melk erbij te schenken. Hoep, deed de golf, en floep, deed het beslag. AAAAAAARGH. Over mij, over de bank, op de kuipvloer. “Haaaaaaaaaaaaaaans!”. “Grmblgrombrom wat is er?”. “Ik heb een doekje nodig….”. Hans is natuurlijk veel wijzer dan ik. Hij zet de kom op het aanrecht. Hoep, floep, verdere uitleg is niet nodig denk ik? Maar de pannenkoeken die wél gebakken zijn, waren echt superlekker!!!

Volgende keer meer over onze tocht over de Golf van Biskaje. Groetjes uit zonnig Spanje!

5 thoughts on “Het verhaal van de pannenkoek

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.