Guadeloupe

Guadeloupe… ik vind het de mooiste naam van de Caribische eilanden. En op de kaart ziet het er ook het mooiste uit. Het vlindereiland.

Guadeloupe

We willen graag naar Pigeon Island, waar je naar verluid prachtig kunt snorkelen.

Links van de mast zie je Pigeon Island.

We zeilen er langs en we zien de boten die voor anker liggen vreselijk rollen. Zeeziek onderweg is vervelend, maar zeeziek op de ankerplaats vind ik vreselijk! Dan kan ik niets doen. Dat is een snorkelpartijtje me niet waard. We gaan door naar Deshaies (spreek uit: de-è) in het noordwesten van Guadeloupe.

Nog een klein stukje en dan varen we de baai van Deshaies in!

We liggen weer in een mooie baai met vele anderen. Er zwemmen schildpadden rond de boot! Hier kunnen we ook wel snorkelen.

We liggen een beetje achterin.

We hebben maar een paar dagen. We willen ook nog naar Sint Eustatius en Saba voor we naar Sint Maarten moeten, vanwaar we aan de oversteek naar Canada zullen beginnen. De eerste dag na aankomst verkennen we het plaatsje waar we liggen. Deshaies is een schattig, toeristisch dorpje.


We klussen wat aan boord. Djogo scherpt zijn nagels aan de bank, stoelen en buitenkussens dus we hadden bedacht een krabpaal voor hem te maken. Hij volgde het geklus vol interesse en wilde ook best even oefenen, maar denk maar niet dat hij er daarna ooit nog zijn nagels in gezet heeft.


De volgende dag gaan we op tour. We nemen de bus naar Pointe-à-Pitre, de grootste stad van Guadeloupe. Deze stad ligt in het midden van het eiland, tussen de ‘vleugels van de vlinder’. Het is twee uur rijden. Het is een beetje een saaie tocht eigenlijk. Weilanden, dorpjes en veel winkels. Net als Martinique is het een Frans overzees departement. Alles ziet er keurig uit en alles is te verkrijgen. Tot onze schrik staan we midden in Pointe-à-Pitre ineens tussen de flatgebouwen.

We lopen door arme wijken en raken er een beetje gedeprimeerd door. Op Sint Vincent was iedereen arm, maar het zag er niet zo troosteloos uit als in zo’n vieze stad. We weten eigenlijk niet zo goed wat we hier willen en lopen maar wat rond.

Later spreken we zeilers die deze stad fantastisch vonden. Ik denk dat het maar net is in wat voor stemming je bent. Als ik had willen winkelen, had ik het hier vast leuk gevonden. En het is ook maar net in wat voor buurt je bent. Voor ons was het op dit moment dé tegenvaller van de Carieb, en we gingen maar gauw weer terug naar onze Linde!

De volgende dag gaan we wandelen. En dit is dan weer een echte topdag! De wandeling voert langs en door een rivier. We klimmen en klauteren over rotsen.

Op veel plekken zijn poeltjes water tussen de rotsen. We kijken om ons heen – niemand te zien – en trekken gauw onze kleren uit voor een plonsje. Het is kouder dan we dachten, maar dat is wel goed voor onze bezwete lijven!

Fijn, klein zwembadje!

Koel en blij…

Na een poosje lopen we weer verder. Dan gaat het regenen. Eerst zachtjes, maar al snel harder. De rotsen worden glad en het wordt steeds spannender om verder te lopen. We besluiten een andere route te nemen: de steile helling op, tussen de bomen door. We belanden in een weiland. We grappen dat we moeten oppassen voor de stier, als we ineens in de verte inderdaad een stier zien. Whaaaaaaaaah! Rennen! En dan is daar prikkeldraad. We kunnen er niet onderdoor, en ook niet zomaar overheen. Verderop, in de richting van de stier, staat een halve boomstronk naast het hek. Hans kan er nét opklimmen en springt gauw de weg op. Maar dan ik nog. De stronk is te hoog voor me. Ik zwiep mijn been er overheen en zit er nu half op. Schrammen zijn niet erg, maar die stier daar in de verte! In een ver verleden moest ik van mijn opa snel naar binnen toen er een stier los liep op de boerderij. Dat vergeet je niet, hè. Die spanning. Hans sleurt me omhoog en zo ben ik ook eindelijk veilig. Zenuwachtig grinnikend vervolgen we onze weg. We lopen langs de stier, die aan met een lijntje aan een paal gebonden is. Tuurlijk. De koeien lopen wel los. Een koe staat naast een berg suikkerriet en geniet er intens van. Hassan denkt dat zo gecondenseerde melk wordt gemaakt en vindt zichzelf enorm grappig 🙂 .

Na dit avontuur zijn we klaar om verder te gaan. We doen boodschappen bij de Spar, eten een laatste Floup (je raadt het niet, maar de Floup komt uit Guadeloupe!), we wassen ons in de blauwe zee en maken de boot in orde voor vertrek.

Dan maken we nog een laatste beslissing. We liggen weer naast Jacco en Jannie en zij gaan ook naar Canada. Ze hebben aangeboden op Djogo te passen als wij naar Nederland willen, en kunnen dit wel in juni doen. Dan kunnen we samen naar Nederland! Dit is erg aanlokkelijk. Maar dan moeten we nu wel opschieten. We hebben tijd nodig op Sint Maarten om de boot klaar te maken voor de lange oversteek naar Canada. Om in juni in Halifax te kunnen zijn, moeten we half mei weg uit Sint Maarten. Het is jammer, maar Sint Eustatius en Saba kunnen we niet meer bezoeken. Op naar Sint Maarten dus!

Op naar Sint Maarten!

2 thoughts on “Guadeloupe

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.