Mogen we nog wat langer blijven?

Toen we 11 december in Suriname arriveerden, dachten we er zo’n drie weken te blijven. Een paar tripjes naar het binnenland, Paramaribo bezoeken, wat klussen aan de boot en dan het anker weer lichten. De toeristenkaart die we na het inklaren kregen, was 30 dagen geldig.

Inmiddels hebben we na twee bezoekjes aan de vreemdelingenpolitie verlenging van ons visum. (Waarom twee? Omdat we zo ontzettend lekker ontspannen zijn dat we niet meer echt nadenken voor we iets gaan doen. In korte broek en op slippers stapten we in de auto. Op de deur van de vreemdelingenpolitie waren minstens vijf posters geplakt met daarop in woord en beeld de dresscode. Géén slippers, géén korte broek, géén hemdje. Ik wilde me uiteraard al omdraaien, maar na enig aandringen van Hans stapte ik – mij hevig schamend – over de drempel. De mevrouw achter de balie sprak ons bestraffend toe, maar we mochten toch onze paspoorten geven en plaatsnemen. Een half uur later werden we geroepen. “Heeft u de crewlist voor me?”. Eh… nee dus. Onze paspoorten waren al gestempeld. De mevrouw gaf deze door aan de man tegenover haar. Dan aan een andere meneer in het kantoor. Nog iemand kwam kijken. Maar nee, ze konden niets voor ons doen. Er kwam een stempel ‘Vervallen’ door de verblijfsstempel en zo stonden we een uurtje later weer buiten… De tweede keer waren we keurig gekleed en we hadden al onze papieren bij ons, dus toen was het vlot geregeld!)

We zijn hier dus al langer dan een maand. En we vervelen ons geen moment. Wat we allemaal doen?

⦁ Logeren op de Brownsberg
⦁ Poesjes kijken
⦁ Kombuzwamthee drinken
⦁ Borrelen bij Opa
⦁ Snorkelen en spelen
⦁ Naar de dierenarts
⦁ De Peperpot bezoeken

Laat ik beginnen met de dierenarts. Djogo is namelijk de voornaamste reden dat we langer blijven. We waren niet helemaal gerust op de vakkundigheid van de dierenartsassistente die we 2 januari bezochten. Djogo kreeg vreselijke diarree van de antibiotica en hij gaf zoveel over dat we eigenlijk niet konden geloven dat dat uit zo’n klein beestje kon komen. Hij was al mager, maar nu had hij helemaal een ingevallen buikje…

Het scharminkeltje.

We zijn meteen gestopt met de medicijnen. De (overigens heel vriendelijke) assistente zei dat Djogo zes weken oud was. Wij dachten eerder drie maanden en dit werd door de tweede dierenarts bevestigd. Djogo kreeg een cocktail aan inentingen, een rabiësvaccinatie en hij is gechipt. Hij was heel zielig… maar inmiddels is hij helemaal gezond en een beetje dikker! Hans heeft hem veel gekamd en gevlooid.

We zien hem zichzelf niet meer krabben, dus ook die ellende is achter de rug. Morgen heeft hij nog een vreselijke dag voor de boeg. Hij wordt gecastreerd. Als hij daarvan bijgekomen is, kunnen we plannen maken om te vertrekken uit Suriname. Als we zin hebben.

Voordat we Djogo hadden, wilden we graag een paar keer het binnenland in. Je kunt met de auto rijden tot Atyoni en vandaaruit met een korjaal naar verschillende dorpjes in de jungle varen. Hans had zoiets al eerder gedaan in Frans Guyana, waar zijn vriend als dokter heeft gewerkt. Mij leek het ook erg mooi om iets van het regenwoud te zien. Voor kerst was het er nog niet van gekomen. Het was elke dag gezellig in Domburg omdat er steeds nieuwe en bekende boten binnen kwamen.

Weggaan kwam er niet van. Tussen kerst en oud&nieuw zijn we naar de Browsberg gereden. Mits je een 4×4 hebt, kun je zelfstandig de berg op. Duidelijke wegwijzers zijn er niet. Met een beschrijving (‘Ga ongeveer halverwege het dorp Brownsweg naar links. Na ongeveer 100 meter ga je de berg op.’ Eh… waar is die berg? Linksaf of rechtdoor? Nog geen berg te zien. Maar ach, we komen er wel!) zijn we over de weg-met-gaten-en-scheuren naar boven gereden.

Boven op de berg heeft Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) wat huisjes neergezet.

Er is een klein restaurantje waar je bami kip of bami vis kunt eten. Of bami, in mijn geval. En het is leuk!! We hadden vanaf de veranda van ons huis (een huis met vier vijfpersoonskamers, maar we waren de enige bezoekers) uitzicht over het dal met het Brokopondomeer.

’s Middags wandelden we naar de watervallen. Nou ja, een waterval, want de tweede hebben we niet bereikt. We werden door een gids gewaarschuwd dat het in het bos snel donker wordt en het ging ook hard regenen.

Het ging mij niet eens om de watervallen. De tocht er naar toe was zo mooi!

Na het eten vroeg de beheerder van het kamp of we wel eens een nachtvlinder hadden gezien. “Nee? Kom maar mee”. Wauw, de vlinder heeft vleugels met een spanwijdte van zeker 20 cm. We zijn zo blij en enthousiast dat de zeer vriendelijke meneer ons meeneemt naar het schuurtje, waar meer grote nachtvlinders zijn. Padden springen over onze voeten als we door het gras lopen. Over de muren van ons huis lopen gekko’s.

Ik vind het leuk om naar ze te kijken terwijl ze hun prooi langzaam besluipen en dan razendsnel bespringen. Ik vrees voor vogelspinnen, en als ik dit uitspreek naar de beheerder doet hij alsof er een over zijn arm en over zijn gezicht loopt. Brrrr, nee hoor, heel aardig dat het mogelijk is maar ik sla toch maar over…. In het bos hebben we wel een enorm spinnenweb gezien! Dat is de reden dat Hans altijd voorop moet lopen van mij. Je zal er maar met je neus in terecht komen. De volgende dag wandelen we tot de schoenen van Hans, die hij al een paar keer met Sikaflex gerepareerd heeft, uit elkaar vallen. Blauwe vlinders fladderen om ons heen. We horen apen en vogels maar we zien ze niet. De geluiden alleen al zijn indrukwekkend!!


(Goed kijken… Dan zie je de vlinder!)

Als we terugrijden en Hans rap door de plassen rijdt, krijgen we natte voeten. Kennelijk zijn auto’s niet helemaal waterdicht van onderen. Weer wat geleerd!


Het echte binnenlandwerk hebben we (bijna) opgegeven. We willen Djogo niet alleen laten op de boot. Jammer, maar dat is de consequentie van een klein katje aan boord nemen. Gelukkig krijgen we er veel voor terug 🙂 .

Wat je er dan voor terug krijgt? Een heel bijzonder kapsel. Djogo stampt, wroet en knaagt tot mijn kuif tot het plafond reikt.

Hoe was ik eigenlijk zo makkelijk over te halen om tóch een kat mee te nemen? Daar ging iets aan vooraf. Hans gaat graag biertjes drinken met mensen die hier in de buurt wonen. Onder andere met Jacques en Dick. Als hij dan laat thuis komt, heeft hij wel eens het idee dat hij iets goed moet maken (waarom weet ik niet, want een avondje alleen vind ik ook best wel eens lekker…). En dit keer had hij een leuk uitje voor me geregeld. “Morgen mag je poesjes knuffelen!!!”, zei hij blij. (Hij vindt daar zelf niets aan hoor. Doet-ie echt voor mij 🙂 .) En daar gingen we de volgende morgen. Door de regen, over de bobbeligste weg van Domburg, op weg naar de poesjes. En ze waren zoooooo lief!!! Voor we goed en wel op de veranda zaten, hadden we allebei al een klein bolletje op schoot. “Zo gaat dat dus, als je uit een nestje een kitten mag kiezen. Er gaat er gewoon een bij je zitten en die wil je dan.”, zei ik. Jacques en Dick willen er geen kwijt. Ze hadden de kittens gevonden en met een pipetje grootgebracht. Nou, ik wilde er ook niet serieus een hebben maar ik vond ze wel heeeeel erg lief!

Op dat moment is er kennelijk toch iets bij me losgemaakt. Maak je niet heel veel oxytocine aan als je een dier knuffelt? Net als wanneer je een baby knuffelt? Ik word van beide in ieder geval erg gelukkig. Nou, ik zat denk ik nog vol gelukshormonen toen ik Djogo zag. En zo dacht ik nee en deed ik ja en nu zijn we alledrie heppiedepeppie.

Het wordt een lang verhaal. Ik begin een beetje te zwammen. Ha, volgende onderwerp: zwamthee. Echt? Jij, de eeuwige braverik, aan de hallucinerende thee?? Nee joh. Kombuzwammenthee (kombuchathee) is een gezonde thee volgens de uitbaters van het restaurant hier aan de rivier. Zij zien er jonger uit dan ze zijn, en na een opmerking van Hans hierover vertelden ze hun geheim. Op een zondagmorgen haalden ze ons op om bij hen thuis te zien hoe ze de thee maken en we kregen een glaasje. Het was heerlijk friszuur. Nu staan in onze kast ook een paar weckpotten waarvan er inmiddels één gevuld is met thee en een stuk zwam.

Hij moet nog 10-14 dagen gisten en dan zullen wij ook beginnen met elke dag een glaasje. Het schijnt erg goed te zijn voor de lever, want met al dat geborrel van ons geen kwaad kan…

Dat borrelen vindt soms plaats op de boot, vaker bij het restaurant en nu ook bij Opa. Hans zit in een dartclubje met vissers, vloerenstorters, een architect en een aannemer. Allemaal Hollanders die naar Suriname zijn vertrokken. Vorige week gingen ze darten in Lelydorp met Dick en Jacques als groupies. Deze week spelen ze in Domburg en dan ga ik ze ook aanmoedigen. Naast darten is djogo’s drinken ook een belangrijke bezigheid. Bij het restaurant betaal je 30 SRD voor een djogo en bij Opa 16 SRD. Opa is ook een restaurant. Zoals bij de meeste restaurantjes hier is er een toonbank achter tralies, daarachter de keuken, daarvoor een soort van eetkamertje met plastic stoelen en bij Opa is dan ook deze ruimte nog af te sluiten met een traliehek. Als het laat wordt, gaat dat hek dicht. Je kunt dan bij het hek Opa roepen. Hij komt naar het hek. Je geeft hem geld en vraagt om een djogo (of iets anders) en dat krijg je dan door een gat in het traliewerk. Laatst gingen we met de hele groep bier drinken en dan is Opa beter voor het budget dan onze vaste stek. Muziek komt van de enorme wagens die naar de waterkant komen. Surinamers houden van grote, luxe auto’s met fantastische muziekinstallaties erin. Het Hollandse groepje houdt vooral van Hollandse muziek. Dus Gerben neemt een boxje mee en via de telefoon luisteren we naar André Hazes, Blöf, Wim Sonneveld en Frans Duijts. Ik pak op dat moment de telefoon af en vanaf dan wordt het feest met de beste hits uit de jaren 90. Wat een topavond! En dat met alleen mannen. Ja, ik mis mijn vriendinnen weer eens, maar toch heb ik het naar mijn zin!

Foto van de website van Tsuru op reis.

Er is hier nog iemand die haar vriendinnen af en toe mist. Een meisje van dertien dat met haar ouders een rondje Atlantische Oceaan doet. Ik tref haar regelmatig in het zwembad. Gelukkig ben ik de puberteit ook nog niet volledig ontstegen, dus we spelen dolfijn en zeemeermin en intussen leer ik snorkelen. Ik had nog nooit gesnorkeld. Een andere zeilster ook niet, en zij oefende in het zwembad. Best een slim idee. Dus daar ging ik. Ik denk dat mensen binnen een straal van een kilometer hebben kunnen meegenieten. Ik kreeg er zo ontzettend de slappe lach van. Niet alleen van het snorkelen in een klein zwembad met allemaal andere mensen om me heen, maar ook van die puber die voortdurend onder me door zwom, gekke bekken trok en bubbels tegen me aan blies. Eigenlijk heb ik die zwammenthee helemaal niet nodig om jong te blijven. Blijven spelen is minstens zo belangrijk!!!

En dan op het eind van dit lange verhaal toch nog een kort serieus stukje. We bezochten afgelopen week plantage de Peperpot. Slavernij en kolonisme zijn de lelijkste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. De slaven werkten op suiker-, cacao-, katoen- en koffieplantages. De Peperpot was een koffieplantage en nu is het een natuurpark met een klein museum. We zien in wat voor schamele gebouwtjes de slaven woonden. Ik heb er veel over gelezen en vroeger ook indrukwekkende films gezien. Wij zijn met onze fijne zeilboot met daarin ons luxe tweepersoonsbed naar Suriname gezeild. En dan loop je op een plantage rond en denkt aan de boottocht die de Afrikanen naar Suriname hebben gemaakt. Geen bed, maar een houten plank met vlak boven en onder je andere mensen op planken. Geen slingerzeiltje, maar een zware ketting om je benen. En dan klaagde ik over hoe oncomfortabel het op zee was…

Dit is nou niet echt een fijne afsluiting van een verder zo vrolijke blog. Laat ik dan toch eindigen met wat we in het natuurpark van de Peperpot zagen. We hebben brulapen gezien!!! Twee apen, hoog en ver in de bomen. Ik keek eerlijk gezegd alleen naar de grond want er liepen veel grote en kleine hagedissen en leguanen.

Maar Hans had een wat bredere blik op de natuur en hield mij plotseling tegen. “Apen!” fluisterschreeuwde hij. Sinds we in Suriname zijn, hoop ik ze al te zien. En daar waren ze. Voor mij is het helemaal goed zo. Als we deze week verder gaan, ben ik volledig tevreden en gelukkig met wat we in Suriname gezien en beleefd hebben. Maar we gaan nog niet. Er is een dartcompetitie, we zijn nog uitgenodigd om bij Dwight thuis naar zijn band te luisteren en de verjaardag van zijn moeder te vieren, we gaan met Gerben in zijn rib met 250PK motor naar Overbridge met onze hangmatten en biertjes in de tas, en er komen nog meer gezellige zeilers aan die nu aan het oversteken zijn. En misschien gaan we toch nog het binnenland in. Djogo heeft vele fans. De moeder van de zwempuber heeft al een dagje opgepast, en onze buren van de Vagebond willen ook graag een dagje met Djogo knuffelen. Misschien wil iemand hem ook wel een nachtje aan boord hebben! En we mogen hem ook meenemen naar Ston Eiland als we daar willen overnachten. Wees dus niet verbaasd als er over een paar weken wéér een blog over Suriname verschijnt. Mogen we nog wat langer blijven???

4 thoughts on “Mogen we nog wat langer blijven?

  1. Haha geweldig om te lezen! Wij liggen nu op de rivier in Gambia en heb een heel klein streepje bereik. Erg leuk om te lezen dat jullie je zo goed vermaken! Liefs Iris (en Koen) van de Immaqa

Geef een reactie